<body><!-- --> --></script><div id="space-for-ie"></div>

20.6.06

Onvoorwaardelijk

I'm gonna watch you shine
Gonna watch you grow
Gonna paint a sign
So you'll always know
As long as one and one is two...

Mijn baby valt alleen nog maar in slaap op het liedje 'Father and Daughter' van de nieuwe cd van Paul Simon. Aandachtig luister ik naar de tekst, dan slaat plots de bliksem in. Opeens besef ik dat ik in vier weken tijd onvoorwaardelijk ben gaan houden van een mensje dat ik eigenlijk nog niet ken, dat zichzelf nog niet eens kent. Voordat ze er was, was ze een abstractie, een droom in mijn buik die ik bij gebrek aan bewijs een wurmpje noemde. Nu voel ik me schuldig dat ik haar negen maanden zo tekort heb gedaan met die benaming. Nu zou ik wel de hele dag naar haar kunnen kijken, met mijn neus in haar nekkie willen snuffelen, haar buikje willen zoenen, met haar in mijn armen door het huis willen wandelen. Ik heb nog nooit zoveel onvoorwaardelijke liefde voor een ander gevoeld. Ik had niet verwacht dat ik dat zou kunnen, ik ken mezelf bijna niet meer.

14.6.06

Draagdoek draaginstructies

En als de Bugaboo niet bevalt, is er altijd nog de ouderwetse draagdoek: een lap stof van ik schat vijf meter die je al wikkelend en knopend tot een origami variant van de baarmoeder creëert. De verkoopster in de winkel wikkelde me in alsof ik een mummie was, propte er een pop in en keek me verwachtingsvol aan: "En? Hoe voelt het?"
"Wat bedoelt u, antwoordde ik cynisch, dat de pop nog geen kilo en mijn kind er inmiddels bijna zes weegt?"
De draagdoek zat best aardig, de pop leek het ook niet slecht te hebben, maar ik zag mezelf deze doorgewinterde draagoek-wikkelaar thuis niet nadoen en al helemaal niet met echte baby. Na nog een keer proef-wikkelen besloot ik, nat van het zweet van de inspanning, de lap stof toch aan te schaffen. Je wilt immers het beste voor je kind, echode het in mijn hoofd.
"Wel eerst goed oefenen met een pop of een knuffelbeest hoor", riep de verkoopster me nog na.
En zo geschiedde. Meneer Jansen, een oude teddybeer met losse armen en hangend oor, je kent ze wel, zou mijn proefkonijn worden. Na een nieuwe woelige wikkelsessie (het zou trouwens een prima nieuwe trend zijn op de sportschool) zat meneer Jansen eindelijk waar hij moest zitten. Maar of ik dit ook met mijn baby aandurf, voorlopig hou ik het nog even bij de Bugaboo…
Ga naar Flickr voor de fotosessie met meneer Jansen en de draagdoek.

13.6.06

BBB

Hier volgt geen sportieve Buik-Billen-Borsten tekst. Die combinatie B's is (voorlopig nog even) van ondergeschikt belang in mijn leven. Hoewel, die borsten niet natuurlijk, die zorgen ervoor dat mijn baby groeit en gezond is. De drie B's van vandaag staan voor Bugaboo-Botsing in de Blokker.
Ik zag haar niet aankomen, de andere moeder met Bugaboo. Zij kwam uit het schap met de ijsklontjeszakjes, ik duwde mijn wagen net het schap met de ijsklontjeszakjes in. Of het nu aan haar jengelende baby lag, of aan mijn rijgedrag (ik ben nog niet zo sterk in de bochten en heb in de paar keer dat ik buiten ben geweest al heel wat scheenbenen verwond) weet ik niet, maar ik voelde me uiterst ongemakkelijk. Meewarig keek ze me aan, zette bedreven haar wagen in de achteruit en verdween geruisloos uit mijn gezichtsveld.
Een Bugaboo rij-examen, zou dat wat voor mij zijn?

6.6.06

Wennen

Twee weken na de geboorte van mijn baby neem ik haar mee naar buiten in de fonkelnieuwe Bugaboo.
Maandenlang stond de wagen in de garderobekast, opgeborgen als een nieuw meubelstuk dat niet bij de andere meubels bleek te passen. Nu past het opeens wel.
Ik ben zenuwachtig als voor een live televisieoptreden, voel dezelfde nervositeit als vroeger voor een spreekbeurt.
Ik vergeet de banden van de Bugaboo op te pompen en klik de reiswieg er scheef op waardoor ze steeds naar de zijkant rolt.
Eenmaal buiten lijkt het of iemand iets in mijn drankje heeft gedaan.
De wereld draait om mij heen, ik wankel en probeer mijn evenwicht te houden.
Alsof ik opnieuw moet leren lopen na een zwaar ongeluk.
Alsof ik in een drukke buitenlandse stad ben gedropt. Gevaar licht op de loer, dat heb ik gelezen in de reisgids, maar ik heb geen idee hoe ik me ertegen moet wapenen.

Dan begint ze te huilen.

Het is vast dat akelige grindpad waar de wielen in wegzakken.
Het is vast die felle zon in haar gezichtje.
We hadden ook de parasol mee moeten nemen.
Ze heeft natuurlijk honger.
Ze wil tegen me aan liggen.
Zou het te koud voor haar zijn?

Een kwartier later zitten we op het terras met een kop koffie. De vader van de baby straalt.
Vrijwel onafgebroken kijk ik zo onopvallend mogelijk onder de kap van de Bugaboo die ik tussen mijn benen heb geklemd uit een vreemd soort angst dat iemand ermee vandoor zou willen gaan.
Ze begint weer te huilen.
Ik steek mijn pink in haar mond.
Ze wordt weer stil.
"Heb jij je koffie al op", vraag ik de vader na drie minuten.
"Zullen we maar weer gaan?"

Als ik mijn verhaal later aan een vriendin vertel en zeg hoe ik me als een verloren toerist voelde in een vreemde stad, vult ze me wijselijk aan: "Maar als je een paar weken in die stad bent, de straten voorzichtig hebt verkend en wat plekken hebt ontdekt waar je je wel veilig voelt, is die stad opeens een stuk minder bedreigend en zijn die waarschuwingen uit de reigids opeens schromelijk overdreven. Je moet gewoon nog even wennen."

4.6.06

Heldin

Mijn zus, de heldin!

Onverklaarbaar

Ze schrikt op van het geluid van de deurbel,
slaapt dwars door haar hielprik heen.
Ze wordt wakker van het onverwachte felle licht van de camere die we vlak boven haar neus laten flitsen.
Ze slaapt in bij de oneindige en gekmakende herrie van de drilboor bij de buren terwijl wij als opgejaagde wild op zoek gaan naar een stil plekje in huis.
's Avonds na het eten loop ik op kousenvoeten naar de keuken en zet zo zacht mogelijk het bestek in de vaatwasser.
Uit pure voorzichtigheid stoot ik een glas om dat met een schelle knal in scherven op de grond valt.
Haar enige reactie is een enkel piepend snurkje.

2.6.06

Meisje

Mijn baby is er.

En ze doet het (ook al slaapt ze soms zo stil dat ik me afvraag of ze nog wel ademt).

Iedere vijf minuten hang ik boven haar wiegje en verbaas ik me: hoe heb ik zo’n perfect wezen, zo’n volmaakt miniatuur mens kunnen produceren? Waar heb ik de kracht vandaan gehaald haar zo puntgaaf op de wereld te zetten?

Ze is groot. Niks klein poppetje. Haar eerste kleertjes die ik zo zorgvuldig had gestreken en gevouwen, zal ze nooit aanhebben. Ze heeft meteen een maat overgeslagen.

Een negenponder, riep iedereen verbaasd toen ze van mijn buik was gehaald en op de weegschaal gelegd, dat komt niet vaak voor bij een eerste!

Een negenponder, riep een oudtante aan de telefoon, dat noemden wij vroeger een kleuter!

Als ze huilt verkramp ik van bezorgdheid en kan ik niets anders dan in stilte koortsachtig nadenken over de reden van haar huilen.

Soms durf ik haar niet eens op te pakken, uit angst haar verse slaap te verstoren.

Als ze lacht, af en toe per ongeluk in haar slaap, kriebelt het van pure verliefdheid in mijn maag.

Ik zoen haar blote buik als ik haar verschoon.

Tel haar teentjes keer op keer.

En iedere keer klopt het weer. Ze is zo af, zo compleet.

Haar huid is bijna doorschijnend. Melkwit, lichtroze en inderdaad zo zacht als een perzik. Net als die van de prinsessen uit de sprookjes. Alleen is zij de mooiste prinses.

Op haar bovenlip zit een witte blaar van het gulzig drinken aan mijn borst.

Mijn baby is er.

Ik ga weer even naar haar kijken.