Ik had niets meer in huis en de hele dag wachtte ik tot het minder zou gaan regenen zodat ik boodschappen kon gaan doen. Dat was behelpen: ik ontbeet met een kop slappe koffie en een oude verschrompelde appel, mijn lunch bestond uit partycrackers en wat drinkbouillon en op de wc lag een oud pak zakdoekjes bij gebrek aan echt wc-papier.
Mijn boodschappenlijstje wachtte geduldig op het aanrecht; marmoleumcleaner bij de vloerenboer en bij de supermarkt een waslijst eten en huishoudelijke artikelen. Maar de regen bleef met bakken uit de hemel vallen.
Om vier uur hield ik het niet meer. Ik trok mijn grootste regenjas aan en sprong op de fiets. Toen ik het einde van mijn straat had bereikt, ongeveer 150 meter verder, voelde ik het koude water al door de neuzen van mijn schoenen kruipen. Bij de vloerenboer liepen de regendruppels als dikke tranen langs mijn gezicht. Terwijl ik de dure marmoleum-
cleaner afrekende, veegde de verkoper demonstratief de plasjes water van zijn balie. Ja, ja, rub it in, dacht ik grommend.
Buiten was het inmiddels zo hard gaan regenen dat zelfs de paraplu's niet meer tegen de nattigheid opgewassen leken. Ik duwde mijn kaken stevig op elkaar en trapte moedig door. Tot ik verstrikt raakte in een verkeersopstopping bij een drassige bouwput. Als een koordanser balanceerde ik tussen de toeterende auto's en klagende voetgangers en opeens was hij er, de gehaaste koerier me een stapel smakeloze Italiaanse deegplakken achterop zijn brommer. Hij raakte zacht de achterkant van mijn fiets, maar dat was al voldoende om mijn net gevonden balans te verstoren. Vloekend reed hij door, ik verloor mijn evenwicht en de fles marmoleumcleaner kraakte tussen mijn spaken.
Een seconde later gutste de dure zeep uit de boodschappentas langs mijn fiets op de grond. Ik probeerde te redden wat er te redden viel, greep half vallend naar de fles en hield hem rechtop om de rest van het schoonmaakmiddel te redden. Het glibberige spul droop langs mijn vingers en de hengsels van mijn tas en maakte mijn handvaten zo glad dat ik ze nauwelijks nog vast kon houden. Tot overmaat van ramp begon het nog te schuimen ook.
Met een glibberige hand aan het stuur, in de andere hield ik de kapotte fles, liep ik stampvoetend door de plassen naar huis waar de sleutels vier keer uit mijn verkleumde handen gleden voordat ik de deur open kreeg. Met de laatste zakdoekjes uit de wc maakte ik mijn handvaten droog en sprong woedend weer op de fiets. Het kwaad was al geschied, ik kon nu net zo goed meteen doorfietsen naar de supermarkt.
Ik zette koers naar de Albert Heijn, die was net iets gemakkelijker bereikbaar dan de Dirk. Maar dat bleek de verkeerde keuze, want in de Albert Heijn was net datgene wat ik nodig had uitverkocht. Ik fietste door naar de Dirk, hamsterde alsof het de laatste keer was dat ik boodschappen kon doen en kwam als een verzopen katje thuis. Douchen hoefde niet meer vandaag, zoveel was zeker. Ik pakte de boodschappen uit, zette een pot sterke koffie en kroop een kwartier later met een handdoek om mijn schouders achter de computer.
Pas toen merkte ik dat het was gestopt met regenen.