<body><!-- --> --></script><div id="space-for-ie"></div>

29.4.05

Apus apus

Gisterenavond waren ze er opeens weer. Ik was alweer vergeten dat ze een dezer dagen zouden aankomen maar toen ik ze zag was het alsof ze nooit weg waren geweest. Ik bleef staan midden op een drukke straat, tuurde met open mond naar de hemel en zuchtte. Ze tuimelden boven de daken, maakten onverwachte duikvluchten als er vliegjes in de buurt waren en krijsten die herkenbare krijs die voor mij zo onlosmakelijk verbonden is met vlinders in mijn buik.
Wist je dat de gierzwauw (Apus apus) een snelheid van 120 kilometer per uur kan bereiken, dat hij eigenlijk zijn hele leven lang alleen maar vliegt, zelfs als hij paart en dat hij 20.000 insekten per dag kan vangen, inclusief de spinnetjes die anders in mijn badkamer zouden belanden?
En wist je dat de gierzwaluw een bedreigde vogelsoort is in Nederland? Door alle nieuwbouwwoningen zijn er namelijk steeds minder goede plekken voor ze om nestjes te bouwen, want dat doen ze het liefst onder de ouderwetse dakpan. Ik heb twee katten en durf geen nestkast op te hangen uit angst dat de vogeltjes opgepeuzeld worden, maar wie geen katten heeft, in een nieuwbouwhuis woont en wil dat de gierzwaluw niet verdwijnt, die kan op de site van de Vereniging Gierzwaluwbescherming Nederland lezen hoe je kunt helpen. Al was het alleen maar voor het behoud van de vlinders in mijn buik...

28.4.05

Bookcrossing

Toen ik afgelopen februari in Thailand op vakantie was liet ik een van mijn vakantieboeken achter in het Noorden van het land, in het kleine dorpje Pai. Het was De Eetclub van Saskia Noort. Ik zette er mijn e-mailadres in, in de hoop nog eens te horen wie mijn boek had gekocht en waar die persoon het achter had gelaten. Een beetje zoals bij het fenomeen bookcrossing, maar dan anders, want bij bookcrossing laat je je boek in het wild achter en ik verkocht het aan de plaatselijke boekhandel.
Vandaag kreeg ik een bericht van iemand die het boek heeft gelezen. De lezer mailde dat ze het had gevonnden in het plaatsje Prachuapkirikhan, ongeveer 300 kilometer ten zuiden van Bangkok waar het in het Hadthong hotel is achtergelaten. Mijn boek heeft er dus een nieuwe flinke reis opzitten. Eerst met mij van Amsterdam naar Bangkok en naar het Noorden van Thailand en daarna met iemand anders terug naar het zuiden. Het geeft een vreemd, maar mooi gevoel te weten dat iets wat ik zo bewust in mijn handen heb gehad nu ergens aan de andere kant van de wereld in een hotellobby ligt waar ik nog nooit ben geweest.
Ik moest meteen aan het verhaal van Bekertje denken... , die gisteren trouwens zijn eerste avontuur beleefde.

27.4.05

Het Bekertje (III)

Wat een eenvoudig kartonnen bekertje al niet kan veroorzaken.
Naar aanleiding van mijn bekertje-avontuur bij Radio Online (zie deel I en deel II voor de hele geschiedenis), heeft Fokke & Sukke tekenaar Jean-Marc van Tol een nieuwe tekening gemaakt over de lotgevallen van het bekertje.
Het deed me denken aan de film De Jurk van Alex van Warmerdam over een jurk die van een waslijn waait en vervolgens via de vreemdste omzwervingen in de levens van een aantal mensen belandt die niets met elkaar gemeen hebben behalve die weggewaaide jurk.
Wat nou als er voor het Fokke & Sukke bekertje ook zo'n leven in het verschiet zou liggen? In wat voor een situaties zou het dan terechtkomen? Stel dat weblogger Ernest die nu in het bezit is van het bekertje het op een willekeurige plek zou achterlaten? Misschien zou het dan wel gevonden worden door een eenzame vrijgezel die er na een lange nacht in het cafe zijn laatste scheut whisky in zou schenken om er zijn verdriet mee te verdrinken. Misschien zou het de volgende dag wel meegenomen worden door zijn huishoudster die het vol trots op een kastje zou zetten, eindelijk tevreden met een echt kunstwerk dat ze anders nooit had kunnen betalen. Misschien zou haar zoontje het daarna wel gebruiken om zandtaartjes mee te bouwen op het balkon en het bekertje over de rand laten vallen in de tuin van de onderbuurvrouw die op het punt stond haar agressieve echtgenote in te ruilen voor haar internetliefde in Parijs. Ze zou het bekertje oppakken en denken dat dit een teken was. Immers: waarom vind je anders zomaar een bekertje met daarop de tekst 'poepoe, wat een online gedoe'?
Ze zou het bekertje in een kleine kartonnen doos hebben meegenomen en het in het appartement in de buurt van de Eiffeltoren aan haar nieuwe liefde hebben gegeven. En misschien zou die nieuwe liefde het wel, na de zoveelste ruzie met zijn Hollandse cyberdate, uit pure frustratie uit het raam hebben gegooid, waar het in de handen van een verwaarloosde clochard zou zijn gevallen die er vervolgens mee zou gaan bedelen aan de voet van de Eiffeltoren. En misschien waren er dan wel twee oplettende Nederlandse toeristen voorbij gelopen die wat muntgeld in zijn bekertje besloten te gooien om vervolgens vol verbazing uit te roepen: "Nou moe, kijk nou! Is dat niet een Fokke & Sukke tekening!?" Wie weet hadden ze het bekertje dan wel van hem gekocht en mee teruggenomen naar Nederland waar ze via internet op de site van Jean-Marc over de lotgevallen lazen en besloten het bekertje terug te tegen aan de rechtmatige eigenaar.
Er zou alleen een probleem zijn: wie was die rechtmatige eigenaar dan? De tekenaar die het bekertje uniek maakte, de eerlijke vinder van het bekertje of de persoon voor wie de tekening op het bekertje was gemaakt?

26.4.05

25 jaar


Zaterdag weer een feest-je...

'Ouwe viezerik?'

Ik woon aan een drukke straat waar het een komen en gaan is van mensen. Vanuit mijn raam kan ik ze goed bestuderen, alsof ik het op het volk neerkijk vanaf een troon. Oude vrouwtjes met boodschappenwagentjes, mensen die hun aangelijnde honden vooruit slepen omdat ze op het trottoir willen poepen, de postbodes die met hun rode karren naar het postkantoor terugkeren, zwervers die dronken over de weg waggelen, mooie stadse meisjes in hippe outfits, bellende zakenmannen en veel, heel veel moeders met kinderen.
Dat laatste komt omdat er aan de overkant van de straat, achter de eerste rij bomen van het park een speelplaats ligt. Een enorme zandbak waar dagelijks een concert van onbevangen kinderkreetjes uit opstijgt. In de winter kan ik die speelplaats goed zien, maar zodra de lente begint verdwijnt de zandbak achter een haag van groene bladeren. Dan geven de geluiden van de zorgeloze peuters me een rustig gevoel.
Maar gisteren werd dat gevoel abrupt verstoord.
Ik observeerde de voorbijgangers op straat en zag een wat oudere man aan komen fietsen. Hij was kalend, droeg een vormeloze spijkerjas en om zijn nek hing een verwassen hippiesjaal. Vlak voor de kinderspeelplaats stopte hij en haalde een camera tevoorschijn. Hij keek wat om zich heen en begon tussen de bomen door de speelplaats te fotograferen. De kinderen en ouders op de speelplaats konden hem niet zien, maar tussen de takken door kon hij uitgebreid inzoomen op wat er zich daar afspeelde.
En dat zat me niet lekker.
Ik dacht aan de man die mij, toen ik een elf was en op het strand zandkastelen bouwde, benaderde voor foto's. Ik ging naar mijn vader om te vertellen dat die vreemde meneer een foto van me wilde maken. Mijn vader legde uit dat ik daar nooit op in mocht gaan en dat die vreemde meneer een ouwe viezerik was. De dag daarop gingen we weer naar het strand en opeens was die man er weer. Ik had hem niet zien aankomen, hij stond er gewoon opeens. Ik zette het op een rennen naar mijn ouders, maar mijn vader had hem allang opgemerkt en liep naar hem toe. De man rende weg, mijn vader snelde achter hem aan en een uur later werd 'de ouwe viezerik' met het politiebusje van de kustwacht afgevoerd. Want die bleek de man, na een reeks klachten van bezorgde ouders, al dagen in de gaten te houden.
De man voor mijn deur maakte geen foto's van het natuurschoon in het park, daarvoor is de mossige bruine onderkant van de bomenrand niet interessant genoeg. En ik kon me ook niet voorstellen dat hij foto's maakte van zijn eigen kinderen of kleinkinderen, want daarvoor zou hij op de speelplaats zelf een veel beter kader hebben.
Bij deze man klopte iets niet en ik gruwelde van die gedachte.
Vijf minuten later was hij weg. Als ik hem weer zie spreek ik hem aan.

23.4.05

Fokke & Sukke

Naar aanleiding van mijn stukje over het Fokke & Sukke bekertje stuurde de eerlijke vinder van het bekertje me het volgende bericht.

"Hallo Marie-Claire van den Berg,

Wil je je Fokke en Sukke bekertje terug?
Ik zag dat je mijn log hebt gelezen ;-)

Ik ben heel blij met het bekertje, maar ik wist natuurlijk niet dat het speciaal voor jou was getekend! Je mag het terug, als je het maar NIET veilt voor een goed doel!

Groetjes uit Rotterdam,
Ernest Claassen"

Lang leve internet.

22.4.05

Infomanisch



Net wist ik van het ene op het andere moment niet meer waar ik mee bezig was. Ik staarde verdwaasd naar de tientallen openstaande velden op mijn beeldscherm en zag het gewoon niet meer. Schreef ik een mailtje, las ik een artikel, bewerkte in mijn weblog, stelde ik een sms'je op, maakte ik nou het slot van dat verhaal af, zocht ik niet een telefoonnummer? Maar wiens nummer zocht ik dan?
Ik klikte alle openstaande velden een voor een aan en hoopte op herkenning. Maar na tien, vijftien schermpjes wist ik het nog niet. Heel logisch eigenlijk, ik was natuurlijk gewoon met al die dingen tegelijk bezig.
Is het eigenlijk wel goed voor me, al die informatie waar ik zo ongelofelijk snel bij kan, al die contacten die ik zo gemakkelijk kan onderhouden? Zou het niet beter zijn wat meer van minder onderwerpen te weten dan weinig van heel veel en wat dieper contact te onderhouden met minder mensen dan vluchtig met heel veel? Het leidt me toch alleen maar af van wat ik werkelijk moet doen.
Wat moet ik eigenlijk werkelijk doen?

De krant lezen.

Het bericht in The Guardian van vandaag maakt me er niet rustiger op. Onderzoek heeft uitgewezen dat e-mail en sms een gevaar zijn voor de intelligentie. Je kunt beter blowen dan veel mailen en sms'en, concludeerden wetenschappers. En er was ook al een benaming voor dit nieuwe probleem: infomanie.

Oh, zie je wel, ik ben infomane. Of moet ik zeggen infomanisch?

Laat ik het even
googelen. Ik wist toch niet meer waar ik mee bezig was.

21.4.05

Aarzelen / twijfelen

Een goede vriend van mij sprak jaren geleden in mijn bijzijn de gevleugelde woorden "Ik twijfel altijd, maar aarzel nooit" en sindsdien zit die uitspraak verankerd in mijn gedachten. Een zalige oneliner waar je nog wat aan hebt ook. Dat wil zeggen, als je ernaar leeft. Maar hoe serieus ik het ook probeer, ik blijf geconfronteerd worden met mijn onvermogen me aan die wijsheid te houden.
Afgelopen dinsdag weer, tijdens de uitzending van Radio Online. Jean Marc van Tol, een van de helden achter Fokke & Sukke, was te gast om te vertellen over zijn internetstrip. Het was een mooi gesprek, ik hing aan zijn lippen en besloot in stilte zo snel mogelijk zijn site te bezoeken. Maar, was het nou poehpoeh.nl of poepoe.nl? Omdat ik het niet kon vragen, dat gaat nu eenmaal niet tijdens een live radioprogramma, schreef ik zijn adres met vraagteken op mijn kartonnen bekertje. Jean Marc antwoordde door het goede adres op zijn kartonnen bekertje te schrijven en ik was tevreden.
En opeens begon hij, alsof hij met een toverstokje was aangeraakt, geconcentreerd op zijn bekertje te tekenen. Ik zag zijn pen een hoofdje maken, er verscheen nog een vorm die ik niet herkende met een tekst erboven die ik tussen de microfoons door niet kon ontcijferen. Toen zag ik het: ik was getuige van de geboorte van een nieuwe Fokke en Sukke.
Na afloop van uitzending nam iedereen afscheid en de hele tijd dacht ik aan het kartonnen bekertje van Jean Marc. Ik zou het meenemen en op mijn website zetten, trots dat hij dat in 'onze uitzending' had getekend. Maar opeens sloeg de twijfel toe: mocht ik dat wel zomaar doen? Moest ik hem niet om toestemming vragen? Ik keek met een schuin oog naar de plek waar Tol had gezeten, zag in de gauwigheid het bekertje niet, iemand riep me, ik raakte afgeleid en tien minuten later stond ik met collega's en zonder kartonnen Fokke & Sukke bekertje in de lift richting uitgang.
Vanmorgen wees Francisco van Jole me op de weblog van een radio 1 medewerker die een bijzondere vondst had gedaan. Nietsvermoedend klikte ik op de link en zag daar tot mijn schrik het kartonnen bekertje staan dat ik afgelopen dinsdag niet had meegenomen.
Inmiddels hangt er een printje in mijn werkkamer, zeg maar gerust een print met in koeienletters: Twijfelen mag, maar aarzel nooit!

20.4.05

Ipodparty

Vanavond alweer de derde Hollandsche Ipodparty, dit keer bij mij om de hoek in Amsterdam. De dresscode is - hoe kan het ook anders - Ipodstyle. Wie zich volgens de jury het origineelst kleedt wint een iPod Shuffle. En die heb ik nog niet, dus ga ik maar eens goed op een echte 'Pod-fit' broeden straks. Wat dat is weet ik alleen nog niet. Van de eerste Ipodparty in Den haag herinner ik me vooral de eentonigheid. Overal zag je hetzelfde iPod-shirt en de gemiddelde outfit was niet veel anders dan wat je snel en ondoordacht aantrekt als je te laat bent voor je werk. Rolmodel Bridget Maasland liep er met piekhaar en afgezakte jogginbroek bij alsof ze net klaar was met sporten en een van de organisatoren kwam meer over als een puber die een bankovervaller probeert te imiteren dan een hippe iPod-bezitter.
Als ik dat vanavond mijn concurrenten zijn, win ik die iPod Shuffle met gemak!
Of zou het zijn dat ik oud word en dat dit het juist he-le-maal is op het moment? Het zou kunnen natuurlijk. Vandaag zei iemand het nog tegen me: "Jij bent al dertig, jij bent oud."
Hm, misschien heb ik ergens nog wel een versleten jogginbroek liggen....


Als het goed is, is het feest ook online te volgen vanavond. Check www.ipodparty.nl

Winkeldrama (I)

Alsof het allemaal nog niet genoeg is, is er sinds kort weer een nieuw systeem om via internet te betalen en dit keer gaat het via MSN Messenger. De nieuwe dienst van de SNS-bank en MSN met de toepasselijke naam Bill moest in eerste instantie stilletjes van start gaan, maar haalde door een blunder van de bank bijna alle media omdat SNS per ongeluk alle nieuwe leden een cc'tje stuurde. Opeens lagen de adressen van alle nieuwe Bill-betalers voor het oprapen, inclusief die van de concurrent die het betalingsysteem wel wilde uitproberen.
Om het goed te maken gaf de SNS de gedupeerden een tegoedbon van vijftig euro en helaas zat ik daar niet bij. Ik schreef me pas in na de 'adressenaffaire' en moest dus gewoon mijn eigen geld storten. Want zo gaat het bij Bill: je maakt een account aan, stort wat geld van je eigen rekening naar de speciale Bill rekening en iedere keer als je iets koopt waar je met Bill kunt betalen hoef je alleen maar wat te klikken in MSN en doet Bill de rest. Het is net als met een prepaidkaart: als je Bill-rekening leeg is, moet je opwaarderen.

Bill zelf ziet er trouwens opvallend dreigend uit in het tabblad van de nieuwe Messenger 7.0. In eerste instantie denk je nog aan een sympathiek stripfiguurtje, maar bij nadere bestudering valt op dat zijn houding eigenlijk heel dreigend is. Zonder gezicht staat hij met zijn brede borstkas en zijn armen op zijn rug als een soort uitsmijter voor een stapel muntgeld. Het zou een mooie karikatuur van de echte Bill (Gates) zijn als illustratie bij een artikel over hoe hij toch zo rijk is geworden ("Als kind beschermde ik mijn zakgeld met mijn leven",
aldus Gates).
Maar zo hebben ze het bij deze Bill vast niet bedoeld.
Lees verder...

Luister ook naar mijn bijdrage over Bill in Radio Online op radio 1.

Bijschaven

Oke, oke, helemaal in orde is ie nog niet, maar ik ben nu eenmaal beter in het jongleren met woorden dan met html-codes. De RSS feed komt terug en ik worstel nog met mijn archief. Verder rest mij voorlopig een ding, of zoals we vroeger altijd het einde van Radio Online aankondigden: 'tips, trucs en suggesties zijn welkom op mc@spotgirl.com.' Want die doet het nog wel.

Vijf jaar Spotgirl

Hij ging zo stilletjes voorbij, afgelopen vrijdag, 15 april. En toch had ik de hele tijd het idee dat ik iets vergat, dat er iets speciaals was waar ik me op had moeten voorbereiden. Ik keek in mijn agenda, maar er was geen deadline en er waren geen belangrijke afspraken. Op de scheurkalender op de wc las ik dat het precies 93 jaar geleden was dat de Titanic was gezonken. In gedachten zag ik de scene uit de gelijknamige film waarin het gigantische schip de oceaan inzakt terwijl de passagiers verticaal langs het dek in de armen van de dood glijden.
Maar dat was natuurlijk niet wat ik vrijdag vergat. Wat het wel was wilde maar niet tot me komen en het bezorgde gevoel bleef me achtervolgen. Iedere keer als de telefoon ging dacht ik: daar zul je het hebben. Misschien ben ik wel een bruiloft vergeten, of een kraambezoek. Misschien wel een belangrijk interview, een aanmaning die ik had moeten betalen. Maar er gebeurde niets, niemand belde verongelijkt op om me mijn vergeetachtigheid te verwijten.
Aan het einde van de avond kroop ik nog steeds niet helemaal gerust op de afloop van mijn dag in bed. Ik viel in slaap en droomde van met zwart plastic beplakte ramen waardoor ik niet naar buiten kon kijken. Iedere keer als ik de zwarte laag plastic eraf trok kwam er een nieuwe laag tevoorschijn. Ik snakte naar daglicht.
***
Pas gisterenmiddag herinnerde ik wat ik afgelopen vrijdag maar vergat. En het was nog belangrijk geweest ook: het vijfjarig bestaan van mijn website. Op 15 april 2000, de dag waarop het 88 jaar geleden was dat de Titanic zonk, bedacht ik tijdens het douchen de nieuwe naam voor mijn site die tot dan toe het onooglijke people.a2000.nl/mcvdberg adres had gehad. Het werd Spotgirl en het was een gedenkwaardig moment, want vanaf die dag had ik echt mijn eigen huis op internet.
Ok, ok, nu ben ik wat aan de late kant, maar nog wel op tijd om vol trots te zeggen: Spotgirl bestaat deze week vijf jaar en dat ga ik vieren! Allereerst met een nieuw uiterlijk, een nieuwe ondertitel en een nieuw soort link naar mijn foto's op Flickr (klik op reload en je begrijpt wat ik bedoel).
En terwijl ik in gedachten een roze lintje doorknip zeg ik: wees welkom en blijf terugkomen.

14.4.05

Regen


Ik had niets meer in huis en de hele dag wachtte ik tot het minder zou gaan regenen zodat ik boodschappen kon gaan doen. Dat was behelpen: ik ontbeet met een kop slappe koffie en een oude verschrompelde appel, mijn lunch bestond uit partycrackers en wat drinkbouillon en op de wc lag een oud pak zakdoekjes bij gebrek aan echt wc-papier.
Mijn boodschappenlijstje wachtte geduldig op het aanrecht; marmoleumcleaner bij de vloerenboer en bij de supermarkt een waslijst eten en huishoudelijke artikelen. Maar de regen bleef met bakken uit de hemel vallen.
Om vier uur hield ik het niet meer. Ik trok mijn grootste regenjas aan en sprong op de fiets. Toen ik het einde van mijn straat had bereikt, ongeveer 150 meter verder, voelde ik het koude water al door de neuzen van mijn schoenen kruipen. Bij de vloerenboer liepen de regendruppels als dikke tranen langs mijn gezicht. Terwijl ik de dure marmoleum-
cleaner afrekende, veegde de verkoper demonstratief de plasjes water van zijn balie. Ja, ja, rub it in, dacht ik grommend.

Buiten was het inmiddels zo hard gaan regenen dat zelfs de paraplu's niet meer tegen de nattigheid opgewassen leken. Ik duwde mijn kaken stevig op elkaar en trapte moedig door. Tot ik verstrikt raakte in een verkeersopstopping bij een drassige bouwput. Als een koordanser balanceerde ik tussen de toeterende auto's en klagende voetgangers en opeens was hij er, de gehaaste koerier me een stapel smakeloze Italiaanse deegplakken achterop zijn brommer. Hij raakte zacht de achterkant van mijn fiets, maar dat was al voldoende om mijn net gevonden balans te verstoren. Vloekend reed hij door, ik verloor mijn evenwicht en de fles marmoleumcleaner kraakte tussen mijn spaken.

Een seconde later gutste de dure zeep uit de boodschappentas langs mijn fiets op de grond. Ik probeerde te redden wat er te redden viel, greep half vallend naar de fles en hield hem rechtop om de rest van het schoonmaakmiddel te redden. Het glibberige spul droop langs mijn vingers en de hengsels van mijn tas en maakte mijn handvaten zo glad dat ik ze nauwelijks nog vast kon houden. Tot overmaat van ramp begon het nog te schuimen ook.

Met een glibberige hand aan het stuur, in de andere hield ik de kapotte fles, liep ik stampvoetend door de plassen naar huis waar de sleutels vier keer uit mijn verkleumde handen gleden voordat ik de deur open kreeg. Met de laatste zakdoekjes uit de wc maakte ik mijn handvaten droog en sprong woedend weer op de fiets. Het kwaad was al geschied, ik kon nu net zo goed meteen doorfietsen naar de supermarkt.

Ik zette koers naar de Albert Heijn, die was net iets gemakkelijker bereikbaar dan de Dirk. Maar dat bleek de verkeerde keuze, want in de Albert Heijn was net datgene wat ik nodig had uitverkocht. Ik fietste door naar de Dirk, hamsterde alsof het de laatste keer was dat ik boodschappen kon doen en kwam als een verzopen katje thuis. Douchen hoefde niet meer vandaag, zoveel was zeker. Ik pakte de boodschappen uit, zette een pot sterke koffie en kroop een kwartier later met een handdoek om mijn schouders achter de computer.

Pas toen merkte ik dat het was gestopt met regenen.

13.4.05

In Rotterdam



Afgelopen week heb ik in Rotterdam gewoond. In het huis van mijn ouders die op reis waren. Een week lang was ik een echte Rotterdammer. Voor iemand die in Amsterdam woont is dat een hele beproeving, maar mij beviel het wel. Mijn hele familie komt uit Rotterdam en volgens mij kan ik daardoor met recht zeggen dat 'mijn roots in Rotjeknor leggen'. Hoewel alles anders was dan in de hoofdstad, heel anders zelfs, voelde ik me er thuis. Het fenomenale uitzicht werkte daaraan mee. Mijn slaapkamer grensde aan een dakterras dat uitkeek op de Erasmusbrug. Iedere ochtend als ik wakker werd, liep ik er in mijn pyjama een rondje en genoot ik van de Maas en die ongelofelijk mooie brug die eroverheen loopt. Twee keer fietste ik eroverheen. De brug op is de hel, zeker als je geen versnellingen hebt, maar eraf is de hemel. Als je in volle vaart over die snelstromende rivier heen raast, is het alsof de wereld aan je voeten ligt. Ik ben geen fan van Leonardo DiCaprio, maar toen ik van die brug afzoefde moest ik gewoon even mijn stuur loslaten. Ik hief mijn armen naar de blauwe lucht boven me en in gedachten was ik heel even the king of the world...

Folksonomy

Het grote probleem met zoeken op internet is toch altijd weer die enorme bak met informatie waar ik me doorheen moet worstelen voordat ik eindelijk hebt gevonden wat ik zocht. Regelmatig heb ik na uren vruchteloos zoeken de aandrang gevoeld mijn computer het raam uit te gooien omdat het maar niet lukte. Maar er is weer hoop en die hoop heet folksonomy.
Folksonomy, in de online volksmond heet het tagging, is een nieuw techno-trucje om alle informatie op internet zo te rubriceren dat het eindelijk overzichtelijk en toegankelijk wordt en je dus niet meer uren hoeft te zoeken. Tagging doe je niet alleen, maar samen met andere internetters die weten hoe frustrerend het kan zijn als je niet meteen vindt wat je zoekt. De nieuwe tagging-liefhebbers noemen het revolutionair. Maar of dat ook echt zo is, dat is nog maar de vraag. Het antwoord is te horen in de laatste aflevering van Radio Online op radio 1.
En een artikel over tagging vindt je hier.

5.4.05

Good old Jane

Ze was mijn grote idool. Een tijdlang stond ik vrijwel iedere zondagochtend vroeg met de videoband van 'die vrouw met die intrigerende naam' en dat waanzinnige lichaam voor de videorecorder. Dan trok ik mijn mooiste danspakje aan en ook al leek dat bij benadering niet op de hooguitgesneden pastelkleurige balletpakjes van Jane, toch voelde het iedere keer weer alsof ik echt bij haar in die klas stond.
Tot mijn grote schrik is dat al meer dan twintig jaar geleden.
Waar Jane's Workout is gebleven weet ik niet. Misschien is de videoband gesneuveld tijdens een van onze verhuizingen. Maar waarschijnlijk is de band bezweken aan mijn driftige aerobic-gedrag, ik heb hem toch zeker honderdvijftig keer afgespeeld en teruggespoeld.
Maar goed, de tijden veranderen en inmiddels is Jane ook de jongste niet meer. Haar oude video's worden nog wel verkocht, maar ze lijkt ingehaald te gaan worden door een nieuw concept: de digitale sportschool. Van de week heb ik me aangemeld bij xrsite.com en meegedaan met de buikspierlessen en het streetdanceklasje.
Hoe dat verliep, kun je vanavond horen in Radio-Online op radio 1.

Levenlang korting

Vanmorgen, bij de drogist, vroeg het meisje achter de kassa: "Heeft u een kortingskaart mevrouw?"
Voordat ik 'nee en die hoef ik ook niet' kon zeggen, riep ze uit: "Oh, laat maar! Ik zie het al: op het product dat u wilt kopen krijgt u nooit geen korting!"

Klaagliedje

"In verband met drukte is de wachttijd langer dan u van ons gewend bent." Ik ben aan de lijn met Interpay om mijn vorige week geblokkeerde creditcard te deblokkeren en heb besloten te blijven wachten, maar heb nu al spijt. Op mijn bureau galmt een Braziliaans muziekje uit de hoorn die nu precies tien minuten op intercom staat. Het geluid klinkt als dat van een stukgedraaid cassettebandje dat te lang in de zon heeft gelegen. Ik probeer het uit alle macht te negeren, maar hoe meer ik dat doe, hoe meer ik erop let. Vooral omdat de beheerste stem van de Interpay-meneer om te dertig seconden automatisch vraagt of ik nog even aan de lijn blijf. Alsof het niet erg genoeg is allemaal, alsof ik niet weet dat ik in de wacht sta. Kon ik mijn telefoon maar koppelen aan mijn iPod en zo naar mijn eigen muziek luisteren tot ik aan de beurt was. Het zou het wachten een stuk draaglijker maken.
Ik wacht wat af. Als ik alle minuten en uren die ik in mijn leven kwijt ben aan wachten bij elkaar op zou tellen en opnieuw zou mogen opmaken, zou ik zo een kwart van mijn leven cadeau krijgen. Hoe vaak ik niet vloekend naar foute wachtmuziekjes heb geluisterd, mopperend in regen en wind bij bushaltes heb gestaan of grommend van ergernis in de verkeerde lange rij bij de kassa ben beland!
Afgelopen vrijdagmiddag weer. Om half twee ging ik ging 'even' naar de bank om mijn nieuwe pinpassen te activeren. De baliemedewerker legde uit dat ik moest wachten op een bureaumedewerker en dus ging ik zitten op een van de bankjes. Daar zaten drie andere mensen die ook op een bureaumedewerker wachtten. Drie wachten voor me, dat zou vast niet heel lang duren, dacht ik.
Na twintig minuten zaten we er nog steeds allevier
en het enige wat we konden doen was wat bladeren in bankfoldertjes over de kosten van kinderen en pensioenen, bekertjes waterige koffie drinken en staren naar de baliemedewerkers die al zeker tien minuten geen klanten meer hadden gehad.
Inderdaad, al tien minuten.
Met zijn tweetjes zaten ze werkeloos voor zich uit te staren. Ons mochten ze niet helpen, zij waren geen bureaumedewerker en dat was anders. Omdat ik al bijna een half uur zat, besloot ik toch mijn charmes in de strijd te gooien en vroeg met grote ogen aan een van hen of ze niet alsnog mijn passen konden activeren. Ik hoefde tenslotte maar twee keer een nieuwe pincode in te toetsen, zo ingewikkeld was dat toch niet? En ik had identificatie bij me! Mijn poging had totaal geen effect, de man bleef onverbiddelijk. Vertwijfeld ging ik weer zitten. Zou het niet beter zijn een andere keer terug te komen? Nee, want dan was dit half uur verloren tijd geweest. Ik kon maar beter even doorbijten.
Buiten scheen de zon. Ik zag mooie jongens in t-shirts met korte mouwen en verlangde opeens hevig naar een lenteflirt op een terras. Ik besloot iemand te bellen, maar mijn telefoon was leeg. Ik besloot wat te schrijven, maar was mijn boekje vergeten. En dus keek ik maar weer wat rond naar de geergerde gezichten van de andere wachtenden en las een tekst op de folderzuil: "51 % van onze klanten geeft de ABN-shop een 8 of hoger."
Uiteindelijk waren mijn pasjes precies een uur later klaar, net nadat er ruzie uitbrak omdat een ongeduldige klant probeerde voor te dringen en we haar met zijn vieren bijna als een stel valse honden hadden besprongen en aan stukken gereten. Voor het deblokkeren van mijn creditcard was geen tijd meer zei de bureaumedewerker: "Dan moet ik veel te lang in de wacht bij Interpay."
***
Het Braziliaanse muzakje in mijn telefoon stopt abrupt en een damesstem schalt door mijn werkkamer:
- Interpay goedenmiddag, waar kan ik u mee van dienst zijn?
- Ik wil graag mijn creditcard deblokkeren.
- Dat gaat helaas niet mevrouw.
- Maar bij de bank zeiden ze...
- Bij de bank zeggen ze wel meer, maar het kan echt niet. U moet een nieuwe aanvragen.
- Oke, dan doe ik dat.
- Dat kan niet bij mij. Maar ik kan u wel doorverbinden. Blijft u even aan de lijn?