Er zijn van die avonden waarvan je wilt dat ze niet ophouden. Van die avonden waarop je je dagen van tevoren al verheugt omdat je weet dat je de dag erna geen enkele verplichting te wachten staat en je de hele ochtend weg mag slapen. Zo'n avond beleefde ik afgelopen vrijdag.
Met mijn dierbaarste vrienden ging ik naar een besloten partijtje van een oud studiegenoot die een nieuwe mijlpaal in zijn carriere wilde vieren. Het feest was zo besloten dat er aan de deur om een wachtwoord werd gevraagd: "Hoera".
Het was een passelijk woord, niet alleen voor zijn feest, maar ook voor de rest van de avond.
De tijd vloog. Ik had nog geen hoera gezegd of het was al sluitingstijd in de kroeg waar we na het partijtje waren beland. Maar voor ons was de avond nog lang niet voorbij, we wilden door. Hongerig naar nieuwe ontboezemingen, drank en vieze nootjes, zetten we koers naar De Diepte.
De Diepte is een van de weinige plekken in Amsterdam waar je na sluitingstijd van alle andere cafes nog terecht kunt. De kroeg doet haar naam eer aan, want eenmaal binnen voelt het net alsof je je in een soort schuilkelder bent terechtgekomen. De Diepte is de afvalput van het Amsterdamse nachtleven, een duister verzamelpunt voor de nuttelozen van de nacht. Zo'n plek die je aan een roadmovie doet denken waarin de goodguy ontdekt dat de badguy een verlammend goedje in zijn drankje heeft gestopt en tollend op zijn benen probeert naar buiten te vluchten. Het is een omgeving waar ongure, naar zweet en bier riekende nachtbrakers nog een laatste dans wagen, een laatste gesprek voeren voordat ze hun roes gaan uitslapen. Je ziet er keurige studentes die zich laten betasten door mislukte muzikanten, vrouwen met gitzwarte haren en evenzo zwart omlijnde ogen, stoere motorrijders, gulzige vrijgezelle yuppen, zwervers en verdwaalde toeristen. En allemaal hebben ze maar een ding gemeen: ze willen geen afscheid nemen van de nacht.
Ik wilde ook geen afscheid nemen en liet me meesleuren door de woeste golven van hun nachtelijke dans, die me eigenlijk meer deed denken aan de rellen na een onrustige voetbalwedstrijd. Iemand trapte op mijn middenvoetsbeentje, maar ik voelde het niet, iemand liet zijn bier op mijn broek vallen, maar het deed me niets, iemand kneep in mijn kont, maar ik werd niet boos.
In De Diepte kan dat allemaal, concludeerde ik lallend.
Tot ik ontdekte dat mijn tas was gestolen....
Leest u nog even mee?
Alles zat erin: mijn mobiele telefoon, een nieuw boek, een peperdure agenda, mijn rijbewijs en de portemonnee met al mijn bankpasjes en de honderd euro die ik er die middag in had gestopt maar nog niet had aangebroken.
Daar stond ik dan, tussen de sigarettenpeuken, kapotte bierglazen en de laatste dronken nachtbrakers. En ik wist niet wat ik erger vond: het feit dat ik mijn volle portemonnee kwijtwas of het verlies van het nieuwe boek waarin ik net op bladzijde 34 een stuk tomaat had laten vallen waardoor het vanaf dat moment voor eens en altijd mijn boek was geworden.
Diefstal ontnuchtert. Alsof ik geen druppel alcohol had genuttigd en de avond niet meer was dan een snel vervlogen droom, slenterde ik door de verlaten straten van Amsterdam in de hoop nog iets uit mijn tas terug te vinden.
Dat gebeurde niet.
Ik leende de telefoon van een vriendin om mijn eigen telefoon en bankpasjes te blokkeren en kreeg twintig euro van een vriend om een taxi naar huis te nemen.
Pas daar besefte ik hoe groot mijn verlies was: ik was een deel van mijn leven kwijtgeraakt. Mijn agenda, met de nummers en adressen van alle mensen die ik ken, was weg. Mijn telefoon, met dezelfde gegevens, was er ook niet meer. Alle contacten die ik de afgelopen jaren had verzameld waren verdwenen in De Diepte. Ik zou nooit meer terug kunnen kijken naar wat ik de afgelopen tijd had gedaan en wist niet meer wat ik de komende weken zou gaan doen. Het zou maanden gaan duren voordat ik dat weer op orde zou hebben.
Moe en misselijk viel ik in slaap en de volgende ochtend werd ik wakker met een leeg gevoel dat meer aan me knaagde dan de volste agenda. Tot opeens de deurbel ging en een dronken man me de tas aanreikte waarvan ik stiekem al voorgoed afscheid had genomen. Hij kon nauwelijks uit zijn woorden komen en zijn adem stonk zo naar drank dat ik opnieuw onpasselijk werd. Maar oh, wat was ik blij met de eerlijkheid van deze dronkaard.
Zo onverwachts als de hij was gekomen, zo snel was hij weer verdwenen. Ik stak mijn hand in mijn tas en ontdekte tot mijn verbazing dat mijn portemonnee met de honderd euro en al mijn pasjes er nog steeds inzat en dat mijn telefoon, agenda en mijn rijbewijs waren verdwenen.
Dat begreep ik niet. Als ik de dief was geweest had ik het anders gedaan. Dan was ik naar huis gegaan en had ik daar in alle rust mijn buit verkend. Maar deze dief had waarschijnlijk haast gehad. Waarschijnlijk had hij mijn agenda voor mijn portemonnee aangezien en de rest gewoon op straat gegooid. Als een kauwgumpje dat je uitspuugt omdat je er te lang op hebt gekauwd.
Als je zoveel kwijt bent, komt er een vreemd soort rust over je. Langzaam begon ik zelfs het voordeel van mijn nieuwe lege bestaan in te zien. Ik zou met een schone lei opnieuw beginnen en mijn leven van nu af aan beter organiseren. Ik zou een nieuwe agenda kopen, een fonkelnieuwe mobiele telefoon aanschaffen en er alleen maar die gegevens inzetten die ik echt nodig had. Geen overbodige ballast, eindelijk rust en overzicht.
Maar ik was nog niet aan mijn nieuwe inzicht gewend of Nicolas stond op mijn antwoordapparaat, een jonge Fransman die in gebrekkig Nederlands vertelde dat hij mijn agenda en rijbewijs had gevonden. In zijn fietstas. Toen ik hem terugbelde vroeg hij of ik Engels wilde spreken omdat dat makkelijker voor hem was. In het Frans legde ik uit dat dat niet nodig was, dat ik zijn taal sprak en dat ik hem eeuwig dankbaar was voor het terugvinden van het verloren deel van mijn leven. Hij stelde voor om de agenda ergens in een kroegje terug te geven. Dat leek mij niet meer dan logisch.
En dus krijg ik vanavond om half zeven mijn agenda terug in een cafe in Amsterdam vlakbij de plek waar zij gestolen werd. En ik weet nu al wat de eerstvolgende naam is die ik erin zal schrijven.