<body><!-- --> --></script><div id="space-for-ie"></div>

31.3.05

'Z-waien'


De traditionele groet in Thailand is de Wai. Je vouwt je handen samen voor je gezicht of tegen je borst en maakt een kleine, nederige buiging. De Wai is niet zomaar een groet, maar ook een uitdrukking van respect, waar de Thai van jongs af aan in worden geoefend. De begroeting maakte veel indruk op me toen ik in Thailand was. Vergeleken bij de hollandse handdruk vond ik het een veel gracieuzer gebaar dat me bij iedere ontmoeting het gevoel gaf speciaal te zijn. Nou ja...bij iedere ontmoeting....

30.3.05

De Diepte

Er zijn van die avonden waarvan je wilt dat ze niet ophouden. Van die avonden waarop je je dagen van tevoren al verheugt omdat je weet dat je de dag erna geen enkele verplichting te wachten staat en je de hele ochtend weg mag slapen. Zo'n avond beleefde ik afgelopen vrijdag.
Met mijn dierbaarste vrienden ging ik naar een besloten partijtje van een oud studiegenoot die een nieuwe mijlpaal in zijn carriere wilde vieren. Het feest was zo besloten dat er aan de deur om een wachtwoord werd gevraagd: "Hoera".
Het was een passelijk woord, niet alleen voor zijn feest, maar ook voor de rest van de avond.
De tijd vloog. Ik had nog geen hoera gezegd of het was al sluitingstijd in de kroeg waar we na het partijtje waren beland. Maar voor ons was de avond nog lang niet voorbij, we wilden door. Hongerig naar nieuwe ontboezemingen, drank en vieze nootjes, zetten we koers naar De Diepte.
De Diepte is een van de weinige plekken in Amsterdam waar je na sluitingstijd van alle andere cafes nog terecht kunt. De kroeg doet haar naam eer aan, want eenmaal binnen voelt het net alsof je je in een soort schuilkelder bent terechtgekomen. De Diepte is de afvalput van het Amsterdamse nachtleven, een duister verzamelpunt voor de nuttelozen van de nacht. Zo'n plek die je aan een roadmovie doet denken waarin de goodguy ontdekt dat de badguy een verlammend goedje in zijn drankje heeft gestopt en tollend op zijn benen probeert naar buiten te vluchten. Het is een omgeving waar ongure, naar zweet en bier riekende nachtbrakers nog een laatste dans wagen, een laatste gesprek voeren voordat ze hun roes gaan uitslapen. Je ziet er keurige studentes die zich laten betasten door mislukte muzikanten, vrouwen met gitzwarte haren en evenzo zwart omlijnde ogen, stoere motorrijders, gulzige vrijgezelle yuppen, zwervers en verdwaalde toeristen. En allemaal hebben ze maar een ding gemeen: ze willen geen afscheid nemen van de nacht.
Ik wilde ook geen afscheid nemen en liet me meesleuren door de woeste golven van hun nachtelijke dans, die me eigenlijk meer deed denken aan de rellen na een onrustige voetbalwedstrijd. Iemand trapte op mijn middenvoetsbeentje, maar ik voelde het niet, iemand liet zijn bier op mijn broek vallen, maar het deed me niets, iemand kneep in mijn kont, maar ik werd niet boos.
In De Diepte kan dat allemaal, concludeerde ik lallend.
Tot ik ontdekte dat mijn tas was gestolen....

Leest u nog even mee?


Alles zat erin: mijn mobiele telefoon, een nieuw boek, een peperdure agenda, mijn rijbewijs en de portemonnee met al mijn bankpasjes en de honderd euro die ik er die middag in had gestopt maar nog niet had aangebroken.
Daar stond ik dan, tussen de sigarettenpeuken, kapotte bierglazen en de laatste dronken nachtbrakers. En ik wist niet wat ik erger vond: het feit dat ik mijn volle portemonnee kwijtwas of het verlies van het nieuwe boek waarin ik net op bladzijde 34 een stuk tomaat had laten vallen waardoor het vanaf dat moment voor eens en altijd mijn boek was geworden.
Diefstal ontnuchtert. Alsof ik geen druppel alcohol had genuttigd en de avond niet meer was dan een snel vervlogen droom, slenterde ik door de verlaten straten van Amsterdam in de hoop nog iets uit mijn tas terug te vinden.
Dat gebeurde niet.
Ik leende de telefoon van een vriendin om mijn eigen telefoon en bankpasjes te blokkeren en kreeg twintig euro van een vriend om een taxi naar huis te nemen.
Pas daar besefte ik hoe groot mijn verlies was: ik was een deel van mijn leven kwijtgeraakt. Mijn agenda, met de nummers en adressen van alle mensen die ik ken, was weg. Mijn telefoon, met dezelfde gegevens, was er ook niet meer. Alle contacten die ik de afgelopen jaren had verzameld waren verdwenen in De Diepte. Ik zou nooit meer terug kunnen kijken naar wat ik de afgelopen tijd had gedaan en wist niet meer wat ik de komende weken zou gaan doen. Het zou maanden gaan duren voordat ik dat weer op orde zou hebben.
Moe en misselijk viel ik in slaap en de volgende ochtend werd ik wakker met een leeg gevoel dat meer aan me knaagde dan de volste agenda. Tot opeens de deurbel ging en een dronken man me de tas aanreikte waarvan ik stiekem al voorgoed afscheid had genomen. Hij kon nauwelijks uit zijn woorden komen en zijn adem stonk zo naar drank dat ik opnieuw onpasselijk werd. Maar oh, wat was ik blij met de eerlijkheid van deze dronkaard.
Zo onverwachts als de hij was gekomen, zo snel was hij weer verdwenen. Ik stak mijn hand in mijn tas en ontdekte tot mijn verbazing dat mijn portemonnee met de honderd euro en al mijn pasjes er nog steeds inzat en dat mijn telefoon, agenda en mijn rijbewijs waren verdwenen.
Dat begreep ik niet. Als ik de dief was geweest had ik het anders gedaan. Dan was ik naar huis gegaan en had ik daar in alle rust mijn buit verkend. Maar deze dief had waarschijnlijk haast gehad. Waarschijnlijk had hij mijn agenda voor mijn portemonnee aangezien en de rest gewoon op straat gegooid. Als een kauwgumpje dat je uitspuugt omdat je er te lang op hebt gekauwd.
Als je zoveel kwijt bent, komt er een vreemd soort rust over je. Langzaam begon ik zelfs het voordeel van mijn nieuwe lege bestaan in te zien. Ik zou met een schone lei opnieuw beginnen en mijn leven van nu af aan beter organiseren. Ik zou een nieuwe agenda kopen, een fonkelnieuwe mobiele telefoon aanschaffen en er alleen maar die gegevens inzetten die ik echt nodig had. Geen overbodige ballast, eindelijk rust en overzicht.
Maar ik was nog niet aan mijn nieuwe inzicht gewend of Nicolas stond op mijn antwoordapparaat, een jonge Fransman die in gebrekkig Nederlands vertelde dat hij mijn agenda en rijbewijs had gevonden. In zijn fietstas. Toen ik hem terugbelde vroeg hij of ik Engels wilde spreken omdat dat makkelijker voor hem was. In het Frans legde ik uit dat dat niet nodig was, dat ik zijn taal sprak en dat ik hem eeuwig dankbaar was voor het terugvinden van het verloren deel van mijn leven. Hij stelde voor om de agenda ergens in een kroegje terug te geven. Dat leek mij niet meer dan logisch.
En dus krijg ik vanavond om half zeven mijn agenda terug in een cafe in Amsterdam vlakbij de plek waar zij gestolen werd. En ik weet nu al wat de eerstvolgende naam is die ik erin zal schrijven.

28.3.05

Op-ze-kop


Ik kan goed vriendschappen sluiten met jonge meisjes. Ze zijn het perfecte excuus om een paar uur zorgeloos en ongegeneerd het kleine meisje in mijzelf vrij te laten. Zoals gisteren. Ik ben ondersteboven van ze en andersom is dat precies hetzelfde...

24.3.05

Creatief met Flickr


Spel je eigen naam met de foto's uit de database van de succesvolle fotosite Flickr.

pOGTrain Logo CircleL tree

23.3.05

Iederwijs

Naar aanleiding van de Iederwijs-discussie heeft minister Van der Hoeven besloten particuliere scholen vanaf 1 augustus onder volledig toezicht van de onderwijsinspectie te plaatsen, las ik vandaag in De Volkskrant.
Ik vraag me af of De Vrije Hoge School ook onder die particuliere scholen valt en hoe de inspectie had gereageerd als ze had gezien wat daar zoal gebeurde toen ik erop zat.
De Vrije Hoge School is een soort tussenjaar. Geen echte opleiding, maar een antroposofische orientatie ter voorbereiding van bijvoorbeeld je studie. Die voorbereiding vindt vooral plaats in de vorm van tekenlessen, schrijfklasjes, toneelcursussen, houtbewerkingsclubjes en sofische praatsessies. De mentor van mijn klas was W. Het hele jaar begeleidde hij ons, hij stoomde ons klaar voor een hard bestaan dat we nog niet kenden: het echte leven. En dat deed hij op geheel eigen wijze.

Op een ochtend liet W. de klas weten dat A. in het midden van onze groep moest gaan staan. A. had reuma en dat was zowel fysiek als psychisch een zware last voor haar. W. zou haar van die last afhelpen. Hij was van mening dat je 'door je pijn heen moest om haar te overwinnen' en dus moest A. op 1 been gaan staan, net zo lang tot ze 'door haar pijn heen was'. Alleen zo zou ze kunnen afrekenen met haar problemen.
A. deed wat W. vroeg en ging op 1 been in het midden van de kring staan. Ze sloot haar ogen en ik zag hoe de spieren in haar gezicht en nek zich aanspanden. Ze werd steeds roder, haar voorhoofd ging glimmen van de inspanning. Opeens stroomden de tranen over haar wangen en viel ze bijna om omdat haar lichaam de pijn niet meer aankon. Ze verrekte van de pijn en ze bleef maar huilen, oh, wat huilde ze.
W. sloeg haar en de rest van de groep met een vreemde blik in zijn ogen gade en zei tegen A. dat ze moest blijven staan. Alsof hij aan het mediteren was, zo kalm zag hij eruit.
Maar ik zag alleen maar een sadist.
Achteraf had ik wel willen schreeuwen: "Je gaat een vrouw die vroeger geslagen is toch ook niet opnieuw mishandelen om haar over haar trauma heen te helpen!?" Maar in de discussie die volgde nadat A. huilend was ingestort, was ik minder stellig. Ik wist niet hoe ik moest reageren. Ik was amper achttien jaar.
Jaren later kwam ik een oud mede VH-er tegen die me vertelde dat W. was ontslagen.

Laat de onderwijsinspectie het Iederwijs maar controleren. Het kan er alleen maar beter van worden.

22.3.05

Abbey Road, II


Zoek de verschillen...

Abbey Road


Vanmorgen las ik in de Volkskrant dat de Abbey Road Studio's 75 jaar bestaan. Meteen dacht ik aan deze foto die ik onlangs in Laos maakte en aan de herinneringen die de afbeelding in me losmaakte.

Dat mijn ouders verliefd zijn geworden is eigenlijk een wonder, want mijn vader was een groot Beatles-fan en mijn moeder was voor 'The Stones'. Pure rivaliteit dus.

Maar ja, verliefdheid is soms sterker dan de liefde voor een idool en uiteindelijk gingen de twee bands prima samen in onze huiskamer. Mick en Paul hebben me als klein meisje wel regelmatig uit mijn slaap gehouden. Dan hadden mijn ouders vrienden over de vloer hadden en haalden ze na te veel wijn The Beatles en The Stones weer uit de kast om vervolgens luidkeels mee te zingen met hun dronken stembanden.
Als ik toen had geweten hoe belangrijk die muziek de rest van mijn leven voor me zou zijn (ik ken meer Beatles en Stones liedjes uit mijn hoofd dan Nederlandse kinderliedjes), had ik vast geen zielig pruillipje getrokken in mijn hartjespyjama onderaan de trap.
Afgelopen zondagochtend nog, opeens waren ze er weer. Ik kwam beschonken thuis met een grote zak vette frieten en terwijl ik mijn fiets parkeerde hoorde ik een merel zingen in het park. Het was zo stil in de stad, zo donker en opeens voelde ik me helemaal vrij, betoverd door de zang van die merel. Binnen heb ik 'Blackbird' op repeat gezet en ben met mijn Vlaamse frieten op het balkon gaan zitten waar ik nog een kwartier geluisterd heb naar dat prachtige nummer op de cd en naar de vogel in het park. Blackbird is voor mij misschien wel een van de mooiste lied dat de Beatles ooit hebben gemaakt.

Maar hun allermooiste plaat is Abbey Road, want daar leek Paul McCartney als twee druppels water op mijn vader. Ik kon mijn ogen er niet vanaf houden en hoe langer ik keek, hoe meer ze op elkaar gingen lijken. Omdat mijn vader het hele repertoire van de Beatles uit zijn hoofd kende (kent) was hij in mijn ogen gewoon een echte Beatle.
En dat maakt mij een Beatles-meisje.

21.3.05

Portret I


Een van de hoogtepunten van mijn reis door Laos was een verblijf van drie dagen in een afgelegen en broodarm dorp waar de tijd lijkt stil te hebben gestaan. Elektriciteit is er niet, water halen de bewoners uit de grond en niemand spreekt er Engels of Frans. Slechts een paar korte regels wijdde mijn reisgids aan de plek waar, toen ik er bijna was, geen weg meer naartoe bleek te lopen. Wel iets wat erop leek, maar daar zat een groot gapend gat in. De enige route die overbleef, was een kringelpad door de jungle.
Hoewel er niets te doen was in het dorp heeft het een enorme indruk op me gemaakt, onder andere door een reeks onvergetelijke ontmoetingen. Met de norse Mister Boun Pheng bijvoorbeeld, het dorpshoofd. Hij staat links op deze foto, die door zijn zoon is genomen. Dat alleen onze voeten erop stonden mocht de pret niet drukken, hij was apetrots op zijn meesterwerk.

19.3.05

Lente

Het was winter. Ik lag op mijn rug, naakt in de kou op een plastic strandstoel, en keek naar de kalende boom wiens takken als het geraamte van een enorme parasol boven mijn hoofd hingen. Het miezerde en de kleine druppels sisten bijna op mijn door de sauna verhitte lichaam.

Zo lag ik daar en staarde ik naar de laatste bladeren die zich moedig vasthielden aan de dunne takken. Een van hen liet recht boven mijn hoofd los en begon aan een trage tuimeling naar beneden. Zijn laatste reis, dacht ik. Of nee, zijn eerste? Welke van de twee ook, het zou een mooie worden. Daar twijfelde ik niet aan.
Je hele leven heb je onopvallend tussen duizenden soortgenoten aan een boom gehangen. Dag in dag uit ben je onzichtbaar geweest in een grote groene massa. Dat hield je vol omdat je wist dat er een moment zou komen waarop je vrij zou zijn en voor een keer echt alleen. Dat moment waarop je je tak zou loslaten en je door de wind mee zou laten voeren. En als je eenmaal op aarde zou aankomen, zou je voor het eerst echt zien waar je al die tijd had gewoond en hoe mooi en bijzonder die plek was, zo hoog boven de wereld.
Geduldig volgde ik zijn langzame daling en met bewondering luisterde in naar het zachte ruisen van de wind die hem af en toe even optilde om het plezier van zijn reis nog wat te rekken.
Kon ik maar even dat blad zijn, dacht ik toen.
Op dat moment landde er een duif op een van de kale takken boven mijn hoofd en nog geen seconde later werd het vallende blad ingehaald door de ontlasting van het dier. Er was geen tijd voor actie. Ik hield mijn adem in, kneep mijn ogen dicht en hoorde het kwakje met een klets op de lege strandstoel naast me landen.
Het maakte me volmaakt gelukkig.

Vanmorgen schuifelde ik nog dronken van de slaap door mijn huis naar de keuken waar ik koffie zette. Terwijl het apparaat vredig begon te pruttelen, opende ik de balkondeur en snoof de ochtendlucht op. Een verrassend aangename warmte vulde mijn longen. Boven mijn balkon landde een duif die recht langs mijn voorhoofd naar beneden poepte. Ik schrok, maar opeens besefte ik: de knoppen in mijn doodgewaande seringenboom, de zingende merels op de binnenplaats, de buiten telefonerende achterbuurvrouw die met haar knetterende, luide stemgeluid als een vreemde vogelsoort uit haar winterslaap was ontwaakt, het verse gras op de speelplaats van het schooltje; er was iets veranderd. En ik wist wat.
Mijn vakantie heeft de winter met vijf weken ingekort. En om een handje te helpen met wennen aan mijn drukke westerse bestaan vol verplichtingen en verantwoordelijkheden die ik tijdens mijn reis niet had, is de lente speciaal voor mij een dag eerder begonnen.

17.3.05

Winkelen

Het was het begin van mijn vakantie.
Ik ben een kooplustig wezentje en dus zou het MBK-center een lang en overheerlijk winkelorgasme voor me worden.
Mah Boon Krong-center in Bangkok is een warenhuis van 89.000 vierkante meter met het nieuwste, mooiste en hipste van Thailand verdeeld over acht verdiepingen. De Bijenkorf is er een buurtwinkeltje bij.
Dagenlang verheugde ik me op het moment waarop ik erheen zou gaan, maar toen ik er eindelijk was, bleef het grote genot uit....


Ik werd aan alle kanten geprikkeld, gestreeld en verleid, dat was het probleem niet, maar er was zoveel te krijgen dat ik van gulzigheid niet meer wist hoe ik ervan moest genieten. Zo was de mobiele telefoon verdieping (voetbalvelden vol met telefoonwinkeltjes) een groot accesoire-paradijs van tasjes, zakjes en slimme snoertjes, hangertjes, stickers en fleurige lichtjes. Met grote ogen en open mond schuifelde ik als een slak langs de koopwaar. Maar bij iedere mogelijke aankoop dacht ik aan het volgende winkeltje waar alles vast nog leuker zou zijn en uiteindelijk had ik de hele verdieping uitgekamd zonder ook maar een Thaise Bath uitgegeven te hebben. Het grote aanbod had mijn kooplust volledig verlamd. En dat terwijl ik dat gouden Hello Kitty telefoonkoffertje toch echt leuk vond, evenals dat vreemde hangertje van bont. Teruggaan naar de winkel waar ik de kitcherige prullen had gezien was onbegonnen werk. Ik zou ze alleen maar terug kunnen vinden als ik opnieuw langs alle winkeltjes zou lopen en dat kon niet. Er wachtten immers nog zeven andere gigantische verdiepingen op me, waaronder de kledingafdeling met honderden hippe Thaise modewinkeltjes.
Via een labyrint van roltrappen vond ik uiteindelijk een weg naar de modeafdeling en tot mijn grote schrik werd ik ook daar door datzelfde verlammende gevoel overvallen. Alles was er en voor geen geld: sexy lingerie, rijen mooie schoenen, duizenden hand- en schoudertasjes, zoveel jurkjes dat je er een land vol meisjes mee zou kunnen kleden en de wonderlijkste Thaise designkleding. Ik keek mijn ogen uit en mijn portemonnee brandde vurig in mijn zak, maar ik kocht niets.
Door al die spullen drong opeens het akelige besef tot me door dat ik eigenlijk helemaal niets nodig had en uiteindelijk ging ik urenlater met een ijsdrankje en een stapel Thaise flyers weer naar buiten. Teleurgesteld, maar wel met het voornemen dat ik het de volgende keer anders zou doen en meteen mijn portemonnee zou trekken als ik iets moois zou zien.
Aan dat voornemen heb ik me gehouden: op de laatste dag van mijn reis, vlak voor mijn terugvlucht, kocht ik alles wat me aansprak: kitscherige tasjes en rommeltjes, zonnebrillen en horloges, zijden doeken en jurken, topjes en schoenen. Vol trots spreidde ik mijn aankopen uit over het bed van de hotelkamer en concludeerde gerustgesteld dat ik het shoppen niet was verleerd.
Inmiddels ben ik een week thuis en heb nog niet een keer goed gekeken naar de spullen die ik in MBK heb aangeschaft. Als je me zou vragen wat ik er precies heb gekocht, zou ik het je niet kunnen vertellen.
In winkelen heb ik geen zin. Ben ik dan toch genezen....?

12.3.05

Thuis

Terug van vakantie.
Ik was bang voor de jetlag, maar daar heb ik weinig van gemerkt. Het enige dat mij fysiek herinnert aan mijn vijf weken in de tropen zijn de bruine sproeten in mijn gezicht en de muggenbulten.
Ik heb ze geteld vanmorgen, het zijn er zeker achtenveertig.
Daar werd ik onpasselijk van die jeukende plekjes, hier zijn ze het langzaam vervagende bewijs van de meer dan dertig zwoele en lange nachten die ik daar geslapen heb.


Van mij mogen ze nog wel even doorkriebelen.

5.3.05

Het wondere web

Het is even zoeken, maar zelfs op de meest verlaten tropische eilandjes waar
's nachts geen stroom is en waar na juni nauwelijks boten naartoe kunnen vanwege de hevige stormen, zelfs daar is er nog een deurtje naar de rest van de wereld...

2.3.05

Herinnering in de hangmat

Een paar dagen geleden kwam ik na een reis van 35 uur aan op het eiland Ko Chang in Thailand. Ik huurde een hutje aan de minst toeristische kant (daar waar de hotels niet met lichtbakken maar met beschilderde kartonnen bordjes worden aangegeven), kocht voor een paar euro's een hangmat en begon aan mijn laatste week vakantie.
Vanuit mijn hangmat staarde ik uren naar mijn uitzicht dat bestond uit zee, zand, lucht en palmbomen. Tijdens het bestuderen van de bladeren boven mijn hoofd diende zich opeens een herinnering aan waarvan ik niet wist dat ik hem zo gedetailleerd had opgeslagen. Het was alsof iemand me met een tijdmachine twintig jaar terug had gebracht. Zelfs de geuren had ik ergens bewaard.

Ik ben tien jaar en met mijn vader, moeder, zusje en de hond Buster op vakantie in Frankrijk. Dat doen we iedere zomer. Mijn ouders huren een huisje en elke dag gaan we naar het strand. Als we niet naar het strand gaan, gaan we naar de markt waar we couscous eten, olijven proeven en citronellakaarsen kopen. Als we dat niet doen, gaan we naar een kasteel waar mijn vader en moeder om elf uur 's morgens wijn gaan drinken en kopen. Mijn zusje en ik proeven dan voor spek en bonen mee en zijn er steeds van overtuigd dat we ons dronken voelen.
Vorig jaar hebben mijn vader, mijn zusje en ik de piepschuimen surfplank bij een denneboom in het bos op de camping begraven. Hij was te groot om mee naar huis te nemen en weggooien wilden we hem niet. Terwijl mijn zus en ik een schatkaart tekenden, rolde mijn vader de plank samen met de parasol in het plastic zodat hij niet zou vergaan onder de grond. Het bleek een uitstekend plan, want dit jaar lag hij keurig onder de aarde en dennenaalden op ons te wachten. Eigenlijk had ik er geen vertrouwen in, maar nu blijkt dat alles nog in goede staat is, vind ik mijn vader opeens nog stoerder.
Vandaag gaan we naar het strand. Mijn vader parkeert de auto bij de duinen en laadt de surfplank en de andere strandspullen uit. Tussen de auto en het strand ligt een lap duinen van een kilometer lang waar we ons doorheen moeten ploegen. Mijn moeder draagt de tas met zonnebrandcremes en de badlakens, mijn zus en ik dragen onze strandtasjes met dubbeldikke vakantie Tina's en Donald Duck's, schriftjes en pennen en het beachball setje en mijn vader draagt de zware koelbox, de enorme surfplank, de parasol en het windscherm.

Ik weet nog dat ik die tocht door het rulle zand altijd veel te lang vond en had diep van binnen met mijn vader te doen omdat hij altijd de zwaarste spullen door die duinen sjouwde, maar achteraf denk ik dat hij het juist fijn vond om zo voor zijn vrouw en twee dochters te zorgen.

Op het strand blijven we de hele dag. Ik zie hoe mijn moeder met haar ranke vingers een lik zonnebrand uit een pot haalt en voel hoe ze er onze ruggen mee insmeert. Ik zie hoe mijn vader de stokbroden snijdt en er de pate en nutella op smeert tijdens de lunch. We krijgen Franse yoghurtjes die naar zoete snoepjes ruiken, er zijn zuurtjes. We gaan spelen in het water, ik hoor mijn moeder meerdere malen waarschuwen dat we niet te diep mogen. Ik zie mijn zusje met haar bruine kleine lijfje en haar door de zon gebleekte krullen op die enorme surfplank kraaien van plezier als ze weer door een golf wordt voortgeduwd. Mijn moeder leest 'De meisjes van de Suikerwerkfabriek', ik speel een wedstrijd beachball met mijn vader. De hond rolt op zijn rug onder de parasol.
Om vijf uur gaan we naar naar huis en tijdens het inpakken snuif ik heel diep de zilte geur van de zee op. Ik trek mijn kleren aan over mijn huid die stroef is geworden van het zoute water. Ik lik aan mijn schouders en denk: dit is net een zoutpotje. Mijn vader pakt de lege koelbox, de natte surfplank, het windscherm en de parasol en zet als eerste koers naar de auto. Ik kijk naar de hoge duinpan waar we overheen moeten en zucht. Gelukkig krijgen we straks frietjes met Becel-mayo en kip, dat maakt de tocht door het ovenhete zand wat draaglijker. Ik volg het gespierde bruine lichaam van mijn vader en vraag me af of hij ook aan frietjes denkt tijdens de terugweg. De hond is als eerste bij de auto en kwispelt als hij ziet dat we er bijna zijn. Hij heeft het makkelijk, hij hoeft niet te sjouwen.

Als je tien bent, dan weet je nog niet zo goed wat geluk inhoudt, maar nu ik hier in mijn hangmat lig en terugdenk aan die zomervakanties, weet ik het zeker: ik was een volmaakt gelukkig meisje.