<body><!-- --> --></script><div id="space-for-ie"></div>

21.2.05

Een oranje wonder

Iedere morgen bij het opkomen van de zon, kleuren de straten van Luang Prabang in Laos feloranje van de monniken die hun vaste ochtendroute lopen. De bewoners van het stadje delen dan ballen kleefrijst uit, die de monniken verzamelen in een kom aan een riem om hun nek. Zo bedelen ze hun dagelijkse voedsel bij elkaar, net als hun grote grote voorbeeld Boeddha dat deed.
Het was behoorlijk schrikken toen ik om half zes 's morgens op de Sisavang Vong straat aankwam voor deze 'couleur locale'. Overal waar ik keek schuifelden toeristen met toeters van lenzen om hun nek en langs de stoep drentelden Laotiaanse vrouwtjes die voor 10.000 Kip (1 dollar) piepkleine zakjes eten probeerden te slijten aan achteloze buitenlanders.
Een airco-tourbus stopte voor de plaatselijke tempel. Er stapten twee Japanners uit die een kleedje op de grond legden, daar met een bak kleefrijst op knielden en zich door de chauffeur lieten fotograferen. Met flits.
Maar er was in de verste verte geen monnik te bekennen.
Een uur lang zaten we in het donker te wachten op iets waarvan we steeds minder zeker wisten of het nog wel komen zou. Het was net de de intocht van Sinterklaas, maar dan zonder Sinterklaas. Achter de huizen kroop de zon langs de Mekong naar boven maar nog steeds was er in geen velden of wegen een monnik te bekennen. Tot opeens in de verte een gong klonk en aan het einde van de straat een piepklein oranje stipje opdoemde, gevolgd door honderden andere oranje stipjes. Daar waren ze. Blootsvoets en bescheiden schuifelden ze langs de buurtbewoners die de rijst in hun schalen legden. Er werd geen woord gesproken, niet gelachen en twintig minuten later was het alsof er niets was gebeurd.
Om half zeven lag ik weer in bed en droomde ik van oranje jurken, kleefrijst en domme toeristen.

19.2.05

Geheimpje

"Griepvirus wordt griepepidemie", lees ik in het Nederlandse nieuws op internet. Ik vatte die griep helaas vlak voor mijn vertrek naar Thailand waardoor ik de eerste week van mijn vakantie met hoge koorts in een bamboehutje lag te rillen. Inmiddels ben ik weer opgeknapt en aangesterkt en heb ik Thailand ingewisseld voor buurland Laos waar ik ogen en oren tekort kom. Ik begrijp waarom in de reisgids staat dat dit land 'het best bewaarde geheim van Azie' is. Er komen veel minder toeristen en de natuur is veel ongerepter dan in Thailand waar de jungle roekeloos wordt afgebrand om bouwgrond te verkrijgen. Daarbij zijn de Laotianen veel minder op het toerisme ingesteld en zijn ze veel meer zichzelf. Ik dacht dat de lach in Thailand echt was, maar ik heb me vergist: de lach in Laos, die is pas gemeend. Iedereen lacht en zwaait naar me zonder verder iets van me te verlangen.
Laos is zo'n mooi geheim dat je het bijna niet zou willen prijsgeven. Sterker nog: er zijn momenten waarop ik me afvraag of ik het land niet beter met rust kan laten. Hoe meer toeristen hier komen, hoe meer dit land van haar charme kwijt zal raken. En dan is het geheim verpest. Daarom probeer ik zo onopvallend mogelijk van de Laotiaanse natuur en cultuur te genieten, maar soms is dat best moeilijk.
De afgelopen drie dagen bijvoorbeeld.
Opeens waren de restaurants voor en naast ons hotel gesloten. Het restaurant naast ons hotel zette zelfs alle tafels en stoelen buiten, alsof het grofvuil opgehaald zou worden. Er was geen enkele aanleiding dacht ik, tot ik een wit laken op de leeggeruimde restaurantvloer zag liggen waar - er was geen twijfel over mogelijk - een lichaam onder lag. Naast het lichaam zat een groepje mensen geknield op een matje. Ter hoogte van het hoofd stond een pot met kaarsen en wierrook. Buiten, waar eigenlijk het terras van het restaurant was, waren vrouwen druk in de weer met enorme potten eten op houtvuren. Een groepje mannen sjouwde een televisie naar een witte klaptafel op de hoek van de straat.
Daar waar ik gisteren nietsvermoedend een kop 'Lao-tea' had gedronken, lag nu een vrouw opgebaard op de tegelvloer. Het was net alsof iemand het decor had verwisseld.
's Middags, toen de zon hoog aan de hemel stond en het kwik was opgelopen tot boven de dertig graden, lag het lichaam er nog. En toen ik aan het einde van de avond thuis kwam lag het er nog steeds. De volgende ochtend vroeg ik de eigenaar van ons hotel wat er nu gebeuren ging, waarop hij kort uitlegde dat de overledene begraven zou worden. "Morgen zeker," vroeg ik hoopvol, omdat ik me niet kon voorstellen dat je een lichaam nog veel langer in die hitte kon laten liggen. "Nee hoor, overmorgen", antwoordde hij kort. Verbijsterd liep ik weg en toen ik langs het restaurant kwam, betrapte ik mezelf erop dat ik stiekem even mijn adem inhield.
Die avond was het laken vervangen door een manshoge witte kist in de vorm van een kleine tempel, versierd met kitscherige gouden krullen. Om de kist brandde een slinger gekleurde kerstlampjes en nog steeds was er een wake. De vrouwen op het terras roerden bossen kruiden en handenvol groenten in de pannen en de mannen keken naar een luidruchtige schietfilm op de televisie, die inmiddels als openlucht bioscoop diende voor allerlei andere buurtbewoners die niets met de overledene te maken hadden.
Onder het geluid van de schietfilm, de kokende Laotiaanse vrouwen, de discussierende mannen en de spelende kinderen, klonk de constante zoem van krekels die hun nachtlied zongen.
Ik kroop in bed, zette de ventilator zachter en schoof het roze gordijntje boven mijn hoofd dicht. Door de flinterdunne muur van de hotelkamer hoorde ik onze Duitse buren op een wereldontvanger naar een hoorspel luisteren. "Raus, raus!", klonk het vanuit hun kamer en langzaam zakte ik weg in een diepe slaap.

Machtig Mooie Mekong

12.2.05

Beertjesgordijnen en Tsunamispeakers

Ik ben in Pai, een hippie-gehucht in het Noordwesten van Thailand. Het is hier koeler dan in Bangkok, maar toch glinsteren er zweetdruppels op mijn voorhoofd. Ik zit in een 'Hi-Speed' internetcafe aan een zandweggetje, hoewel ik dat 'Hi' niet echt kan ontdekken in mijn verbinding. Misschien betekent 'Hi' hier wel iets heel anders, traag ofzo. Het zou me niets verbazen. Dat soort spraakverwarring is hier namelijk aan de orde van de dag.
Zo wilde ik een paar dagen geleden weten welk vlees er aan de stokjes zat die ik op straat wilde kopen, maar ja, vraag dat maar aan een Thai die geen woord Engels spreekt. We raakten verwikkeld in een onverstaanbare conversatie over het vlees en we kwamen er niet uit. Pas toen het oude verkopertje voor de derde keer luidruchtig "Moeh!" had geroepen viel het kwartje. Moeh, moeh, hij bedoelde natuurlijk een koe! Het was rundvlees! Opgelucht loeide ik terug en kocht een zakje van zijn knapperige vleesjes. Dezelfde avond las ik in de reisgids dat 'Muu' varken betekent in het Thais.

Aan de andere kant van het zandweggetje hebben de inwoners van het dorp een sportwedstrijd georganiseerd. Het is een soort mengelmoes tussen volleybal, voetbal en een of andere Oosterse vechtsport. Van veraf lijkt hun speelbal nog het meest op een enorm stuk gatenkaas. Drie Aziatische Cheerleaders staan wild te springen in de schaduw van de palmbomen. Links van me hangt een ingelijste puzzel van een Westerse vrouw onder een sinaasappelboom en de deur van het internecafe is niets meer dan een roze beertjesgordijn dat wappert in de wind van een krakkemikkige ventilator. Naast mijn computer staan twee kapotte speakers van het merk 'Tsunami'.

Vanmiddag heb ik voor 140 Bath een boek verkocht aan de plaatselijke boekwinkel. Dat is nog geen drie euro, maar het geeft niet. Ik had het ze net zo lief gratis gegeven. Hoewel ik het gisteren in een dag heb uitgelezen vond ik het geen prettig boek. Het was 'De Eetclub' van Saskia Noort. Een literaire thriller, stond er op de achterflap, maar veel literairs heb ik er niet in kunnen ontdekken. Het was meer alsof ik het script van een middelmatige televisiethriller las. Zo'n film waarvan je aan het begin al weet hoe die afloopt, maar die je toch uitkijkt omdat je zo soepel door het verhaal wordt geleid. Dat boek ligt nu tussen een stapeltje andere boeken te wachten op een nieuwe reiziger. Ik heb er mijn e-mail adres in geschreven. Misschien krijg ik ooit wel een reactie. Ik heb het ingeruild voor een boek dat ik jaren geleden heb gelezen, maar dat ik nu graag herlees, zeker hier: Siddhartha van Hermann Hesse.
Door die internationale boekwinkels krijg je trouwens een heel mooi beeld van reizigers. De meeste titels zijn natuurlijk erg voor de hand liggend: reisgidsen, boeken over de geschiedenis van het boeddhisme, vogelgidsen en veel klassiekers als 'Ulysses', 'Animal Farm' en 'Catcher in the Rye' waar je alleen maar in je vakantie aan toekomt omdat je alleen dan de energie en de concentratie kunt opbrengen ze te lezen. Maar er zaten ook veel zelfhulpboeken tussen zoals: "How to overcome loneliness". Ik zag meteen een eenzame rugzaktoerist voor me die iedere keer net op het verkeerde moment de verkeerde mensen aanspreekt. En wat dacht je van: 'Starting over; a practical guide to finding love again after a painfull breakup' en 'Babyshock', een gids voor stelletjes die uit elkaar zijn gegroeid na de geboorte van hun eerste kind. Het zijn bekende vragen natuurlijk, maar nu ik die boeken hier zo op een rijtje zag staan, voelde ik me toch een beetje een stiekeme gluurder.

7.2.05

Verkiezingen

Gisteren waren er verkiezingen in Thailand. Het was me al opgevallen dat de straten van Bangkok volgeplakt waren met enorme posters van verkiesbare politici, maar het drong pas echt tot me door toen de serveerster in het overvolle studentencafe waar we aten weigerde ons alcohol te serveren. "Can no do madamme, today is a special day." Gedurende de laatste twee dagen voor de verkiezingen drinken veel Thaise mensen geen alcohol, legde ze uit. Ik vond het een bijzondere traditie.
De verkiezingen zelf waren minder bijzonder. De uitslag was van tevoren eigenlijk al duidelijk: premier Thaksin Shinawatra is opnieuw voor vier jaar gekozen. In de Bangkok Times stond een onderzoek waaruit bleek dat in 24 van de 27 arrondissementen was geprobeerd stemmers om te kopen op een bepaalde partij te stemmen. En nog erger: 39,5 procent van de stemmers in die arrondissementen had 'ja' geantwoord op de vraag of ze hun keuze zouden veranderen als hen geld geboden zou worden. Het is moeilijk om de mening van de bewoners in een land te peilen als je hun taal niet spreekt, maar de korte gesprekken die ik tot nu toe met mensen heb gevoerd, beloven weinig goeds. Iedereen die ik tot nu toe heb gevraagd waarom ze op Thaksin hebben gestemd antwoordt met: "Because he is a very rich man, and his family too. And he has power."

Over een uur stap ik in de nachttrein naar het Noorden, ik ben benieuwd hoe ze er daar over denken.

6.2.05

Glimlach 1

En zo verkopen ze nou stoffen in Thailand.


Spotgirl in Wonderland

In het dorp waar ik ben opgegroeid stond ik vroeger bekend als 'het meisje dat iedereen altijd groette'. Of het nu de buurvrouw, de bakker of de directeur van de plaatselijke bank was, ik lachte ze altijd toe vanaf mijn kleine Polly-fiets. Mensen groeten was mijn grote hobby. Onderweg naar school hoopte ik er zoveel mogelijk tegen te komen. Want als ik die vreemde strakgetrokken gezichten zag openbreken, werd ik oprecht gelukkig.
Dat prettige gevoel echt even contact met iemand te hebben heb ik later, toen ik in de grote stad ging wonen, vaak gemist. Daar werden mijn spontane begroetingen niet begrepen en vaak ontweken. En zo kwam het dat een deeltje van mijn onbevangenheid langzaam afstierf.
Tenminste, dat dacht ik. Maar sinds een paar dagen weet ik dat dat deeltje nog steeds springlevend is.
Ik ben in de hoofdstad van Thailand en schrijf deze tekst in een internetcafe dat verscholen ligt achter een Thais eethuis, een Israelisch restaurantje en de woningen van twee Thaise families. Na vier dagen Bangkok begrijp ik waarom dit land als bijnaam 'het land van glimlach' heeft. Iedereen begroet elkaar met een lach. Jong, oud, dik, dun, arm, rijk, iedereen lacht naar elkaar. Zelfs de monniken kijken me vrolijk aan. Ze hoeven niet te lachen, het zit in hun geloof, in de genen van hun land. En ik lach terug en voel me bij iedere ontmoeting een beetje gelukkiger.
Natuurlijk weet ik dat lang niet al die vrolijke blikken gemeend zijn, maar dat geeft niet. Ik wissel liever tien keer een glimlach uit waarvan er een tot een echte ontmoeting leidt, dan dat ik nooit meer iemand spontaan kan groeten.
Net als vroeger.
De komende vier weken ga ik inhalen wat ik al die jaren zo heb gemist. Dit is Wonderland.

2.2.05

Waar ben ik?

Er zijn van die momenten dat je niets liever wil dan weten waar die ene vriend uithangt, of waar je zus of broer is. Ik vraag me bijvoorbeeld regelmatig af waar mijn vrienden, collega's of familieleden zijn als ik ze bel en ze vervolgens niet opnemen.
Voor die vraag is nu een oplossing: waarbenik.nl.

Op waarbenik.nl kan iedereen met een mobiele telefoon elkaar opsporen zonder te bellen. Dankzij Location Based Service, een technologisch snufje dat aan de hand van zendmasten bepaalt waar je mobiele telefoon is. Na aanmelding bij waarbenik.nl log je in op de site en check je waar je medeleden zich bevinden. Het is alsof je als een soort James Bond een zendertje onder een auto plakt en vervolgens naar het rode knipperende stipje staart om je medemens in de gaten te houden.
Volgens de makers van waarbenik.nl is dat handig voor ouders die willen weten waar hun kinderen zijn. Maar de dienst is ook voor vrienden die elkaars locatie willen achterhalen. En zelfs achterdochtige echtgenotes(n) kunnen ermee checken wat hun partner uitspookt.
Het klinkt zo spannend, maar het systeem heeft ook nadelen, zoals ik vanavond besprak in Radio Online.
Wat waarbenik.nl nog niet kan - iets wat volgens de oprichters in de toekomst wel mogelijk wordt - is ook de locatie van iemand in het buitenland bepalen.
En dat is voor mij een hele opluchting, want vanaf vandaag vier ik de komende vijf weken vakantie aan de andere kant van de wereld in het tropische Azie, op een plek waar nieuwe mobiele diensten nog lang geen gemeengoed zijn.

(hou de reisverslagen in de gaten!)