Zaterdagmiddag drie uur, het is het slechtste moment om een computerwinkel binnen te gaan. Toch kon ik het niet laten. Ik heb namelijk last van impulsieve koopdrang en als die zich eenmaal aandient, is er geen weg meer terug. Het resultaat van die koopdrang is trouwens een wonderlijke collectie nutteloze voorwerpen. Onhandige jaren vijftig schoentjes die ik nooit heb gedragen, poedertjes en glosses in alle kleuren van de regenboog, wondersmeersels tegen wallen, gadgets die ik nooit heb gebruikt zoals daar zijn de oranje vleesthermometer en het elektrische voetenbubbelbad, hippe handtasjes in honderd tinten roze die altijd net te klein zijn voor de gelegenheid en stapels prachtige avondjurkjes die na het aperitief al niet meer passen.
Ik ben vast een ideale consument.
Zo ook die zaterdag waarop ik opeens mijn zinnen op de Sphere had gezet. Face trekking heet de technologie achter deze spectaculaire webcam die als een glazen oog op een stokje staat en je gezicht volgt wanneer je beweegt. Ik moest en zou hem die middag nog in huis hebben.
De winkel was vol als een populaire kroeg op een vrijdagavond, maar het hinderde geen mens, want er gebeurde iets waardoor niemand nog op de wachttijd lette...
Tussen de knieen van de klanten door kroop een klein jongentje door een wereld waar wij op dat moment geen rol in hadden. Kraaiend van geluk zat hij achter zijn nieuwe vriendje aan; het huisdier van de computerwinkel dat de klanten afleidde tijdens het wachten: Aibo. Voor wie niet weet wie Aibo is: dat is het meest ingenieuze huisdier dat er bestaat, het paradepaardje, zeg maar paradehondje van Sony. Aibo kan lopen, zitten, pootjes geven, blaffen en kwispelen als een echte hond.
En het elektronische beest had het hart van het jongetje gestolen toen hij met zijn vader in de rij ging staan. Het kleine kind zag niets anders meer dan zijn nieuwe speelkameraad. Het was een wonderlijk schouwspel, de opbloeiende vriendschap tussen het driejarige hummeltje en de robothond. En ook al wist ik met mijn verstand dat het kwispelende en snuffelende dier op batterijen liep en dat al zijn reacties waren voorgeprogrammeerd, toch welde een gevoel van ontroering in me op. Het jongetje sprak het hondje aan alsof het zijn beste vriend was. Bemoedigend zei hij: "Kom maar bij mij, kom maar met me spelen! Kom maar hond. Hondje, jij niet bang zijn, je bent lief he!?" En Aibo schuifelde tot grote vreugde van de peuter, geruisloos zijn kant op. Alsof het echt luisterde. Het jongetje aaide, het hondje kirde, het jongetje hield een vel papier voor, het hondje nam het in zijn bek, het jongetje riep, het hondje blafte. En ik keek mijn ogen uit.
Tot er opeens iemand met een echt hondje binnen.
Een man met een vrolijk zwart vuilnisbakkenras sloot aan in de rij. Al snel zag de hond het jongetje op de grond zitten, rukte zich los en kon zo net voordat zijn baas hem pakte een grote natte lik in het kleine gezichtje van het kind geven. De schrik van de peuter was enorm, tranen welden op in zijn wijd opengesperde kleine oogjes en angstig stak hij zijn handjes omhoog langs de benen van zijn vader waartegen hij in snikken uitbarstte.
De baas van het echte hondje verontschuldigde zich meteen, de vader van het geschrokken kind keek hem wat verstoord aan en het echte hondje staarde schuldbewust naar zijn baas.
Ondertussen bleef Aibo mechanisch kwispelen alsof er niets was veranderd. En alsof dat niet genoeg was, zei het jongetje tegen zijn vader, wijzend naar Aibo: "Papa, ik vind die hondje veel liever!"
Mijn hart brak van verdriet en bij de kassa aangekomen vroeg ik me opeens af waarom ik die futuristische face-trekking webcam eigenlijk wilde. De ideale consument in mij won en ik kocht de camera, maar toen ik de winkel uitliep heb ik van Aibo bewust geen afscheid genomen.
Wel van het echte hondje.