Monter installeerde ik 'Google Desktop Search', de nieuwe dienst waarmee je je eigen computer in Google-stijl kunt doorzoeken. Terwijl je zoekt op internet, struint het programma ook je harde schijf af. Dat leek mij wel wat. De zoekresultaten verschijnen netjes boven de resultaten die je op internet vindt en dat leek me helemaal slim bedacht. Er was veel kritiek op de privacygevoeligheid van het nieuwe handigheidje, maar die besloot ik te negeren. Soms moet je een beetje risico nemen, toch?
Terwijl ik met Google zocht naar nieuws voor mijn werk verschenen ook de hits die de zoekmachine in mijn computer vond. Het was wel wennen - je hebt toch even het idee dat de hele wereld meekijkt - maar uiteindelijk concludeerde ik dat deze dienst handig was. Ik vond artikelen die ik jaren geleden had geschreven, foto's waar ik het bestaan van was vergeten en e-mails die ik nooit had verstuurd.
Maar daar ging het mis.
Opeens zag ik tussen de zoekresultaten een citaat uit een oud document uit mijn computer. Het was slechts een deel van een zin, maar ik wist meteen uit welk bestand het kwam. Het kwam uit zo'n brief die je schrijft na een vastgelopen ruzie. Zo'n brief die je schrijft als je vol zit met woede en verdriet, onbegrip en machteloosheid. Zo'n brief waarvan je weet dat je hem nooit zult versturen en die je alleen maar maakt om jezelf te verlossen van de frustraties die tegen de randen van je hart en hersenpan bonken.
Vroeger sloot ik die papieren scheldkanonnades af door de brief te verscheuren en de resten met het afval op de composthoop te vermengen, of door de vellen te verbranden met de aansteker waarmee ik mijn stiekeme sigaretten opstak. Langzaam liet ik dan het vlammetje langs de zijkant van het briefpapier glijden om daarna met tranen in mijn ogen te zien hoe het gulzige vuur mijn woede verbrandde. Maar deze brief bestond slechts uit abstracte woede, deze reeks verwijten was niet meer dan een sliert nullen en enen die ik naar het prullenbakicoontje op mijn desktop had verbannen. En nu bleek dat hij toch nog op mijn computer was blijven staan.
De goedbedoelde zoekdienst van Google had een kopie gemaakt en bewaard van een brief die nooit herlezen had mogen worden omdat de woorden het product waren van verblindende woede waar je niets mee oplost. En wat ik ook probeerde, de desktop-zoeker kon het originele bestand niet terugvinden. Uiteindelijk moest ik het document weer met de oude zoekfunctie van mijn besturingssysteem opsporen om het definitief van mijn harde schijf te kunnen verwijderen. Even heb ik overwogen de brief te printen en hem alsnog boven een vuurtje te houden, maar uiteindelijk heb ik met een ferme muisklik op delete gedrukt.
Ik hoop dat Google snel met een virtuele papierversnipperaar komt, of nog beter, met een digitale aansteker waar je op rituele wijze je documenten naartoe kunt slepen. Ik zou er dankbaar gebruik van maken.