30.10.04
28.10.04
'Ontwijningsverschijnselen'
En dat terwijl ik nog maar net had besloten dat ik minder moet gaan drinken.
Sinds ik niet meer rook, dat lukt me nu met vallen en opstaan al drie maanden, hervul ik mijn glas net iets vaker dan ik zou willen. Met wijn, het liefst rode. En dan raak ik vanaf een zeker moment, dat is dus meestal bij het vierde glas, de controle kwijt en drink ik door tot mijn lippen blauw zijn en mijn tong verdoofd.
Gisterenmorgen werd ik na acht uur nachtrust moe wakker. Ik stapte uit bed, schuifelde op blote voeten naar de badkamer, bekeek mijn verkreukelde gezicht en wist het opeens heel zeker: ik ben alcoholist.
De alcoholtest die ik vervolgens op Jellinekpuntenel invulde dacht daar iets anders over, maar helemaal vrij van zorgen was ik niet: ik bleek een toenemend risico te lopen.
Sh*t, ik ben dus een alcoholist in de dop.
"U kunt overwegen om uw alcoholgebruik te minderen", las ik onder de uitslag, "bijvoorbeeld door deel te nemen aan het zelfhulpprogramma alcohol."
Maar alcoholist in de dop of niet, liever drink ik de rest van mijn leven biologisch zuurkoolsap dan dat ik me 1 keer aanmeld voor een zelfhulpprogramma van het Jellinek. Ik heb geen zelfhulpprogramma nodig om mezelf te helpen.
In mijn agenda zette ik vier kruizen op de doordeweekse dagen. Dat zouden de alcoholloze dagen worden. Van vrijdag tot en met zondag mocht de kurk van de fles.
Maar de duivel had al die tijd om een hoekje staan gluren, wachtend op het goede moment om me van mijn goede voornemens af te krijgen.
De eerste keer was diezelfde ochtend nog. In de Volkskrant stond een recensie van de Wijngids voor het zakenleven 2005, geschreven door wijnkenner Hubrecht Duijker. Nou behoor ik gelukkig niet tot de wereld van de zakenmannen en vrouwen, maar hun drankgebruik herkende ik tot mijn schrik net iets te goed. Frits Bolkestein drinkt elke dag een fles met zijn vrouw en Nina Brink verzamelt kelders vol wijn. Niet dat ik een hele kelder heb, dat was niet mogelijk in mijn driehoog achterwoning, maar ik beschik wel over een groot wijnrek in de rommelkast.
Terwijl ik het las, herinnerde ik me dat ik die avond een etentje had met twee vriendinnen die ook niet vies zijn van een glaasje af en toe. Een lichte paniek maakte zich van mij meester: zou ik dan wel van de drank af kunnen blijven? Of zou ik de donderdag misschien al bij het weekend mogen rekenen? Ik kon het natuurlijk ook gewoon bij twee glaasjes houden...
Geƫrgerd sloeg ik de krant dicht en liep naar de keuken om nieuwe koffie te zetten. 'Mietje, je kan toch wel een dag zonder', sprak ik mezelf streng toe. Maar erg geloofwaardig klonk het niet.
Even na het middaguur diende de tweede en zwaarste beproeving zich aan.
Er werd gebeld en aan de deur stond de postbode met een grote kartonnen doos.
Aangezien ik vrijwel nooit pakketjes krijg, was ik razend benieuwd naar de inhoud: een bestelling van Amazon? Nee, daar had ik al maanden niet meer gekocht. En een cadeau van mijn familie kon het ook niet zijn, want jarig was ik al geweest. Een verrassing van een geheime aanbidder dan? Hm, dat was een mogelijkheid. Misschien.
Vol verwachting ging ik met de doos op schoot op de bank zitten, knipte het plakband los, sloeg de deksels open en keek recht in de etiketten van vijf flessen rode wijn.
Meteen wist ik het weer. Het relatiegeschenk van mijn vaste opdrachtgever, de cadeaubon waar ik zelf het cadeau op mocht invullen. Ik had de keuze gehad tussen verschillende geschenken, uiteenlopend van een maandabonnement op bladen als Panorama, Midi of Donald Duck tot een ballonvaart van tien minuten en een dagje Dolfinarium. En een met zorg geselecteerd wijnpakket. Vrijwel meteen had ik toen het wijnpakket aangekruist, niet wetende dat ik waarschijnlijk toen al aan het begin stond van mijn alcoholisme in de dop.
Moedeloos liet ik mijn hoofd zakken: waarom moest dit uitgerekend vandaag bezorgd worden?
De duivel grinnikte in zijn vuistje.
Omdat mijn wijnrek vol is, heb ik de doos onder de bank verstopt en ben vervolgens subiet aan het werk gegaan. Dat liep zo uit dat mijn etentje niet doorging en ik voor Netwerk met een bord afhaal Thai en een liter jasmijnthee op de bank belandde.
Op die bank ja.
Wat er in Netwerk was kan ik ook niet meer navertellen.
Het aroma van de verstopte wijnen brandde als een bliksemflits door de kurken, de zitting en zo langs mijn ruggengraat naar mijn smaakpapillen.
Het water liep me in de mond en ik kon maar een conclusie trekken: dit zijn nou ontwijningsverschijnselen.
Maan in de voortuin
27.10.04
Koffie verkeerd
Het is zowaar gelukt tot werken te komen en ik heb zelfs nog even nutteloos rondgesurft. Dan zul je altijd zie dat je juist dan iets ontdekt wat je 'moet' hebben. Het is net als in het echte leven: als je geen tijd hebt om te winkelen kom je van alles tegen, maak je een hele dag vrij om een nieuwe garderobe aan te schaffen, dan is er opeens niets moois.
Ik heb het echt - echt nodig, zeker nu de Nederlandse Itunes zijn virtuele winkeldeuren heeft geopend en mijn Ipod alleen maar zwaarder zal worden.
Vanavond naar B&W voor een discussie tussen internetjournalist Francisco van Jole en onder andere twee van de makers van Geenstijl.
Ik weet al wie er wint....wie denken jullie?
Francisco + de + beste
Geenstijl + de + beste
Wolkje melk
Het enige frisse is eigenlijk de vers dampende koffie tussen de tientallen stapels papieren en geeltjes, het bakje waar ik gisterenavond olijven uit at en waar nu alleen nog wat afgekloven pitten in liggen en het wijnglas met het al opgedroogde laatste restje van een of andere supermarkt-merlot. Het is dat ik sinds kort niet meer rook, anders had ik met een volle asbak als uitsmijter van deze zin niet onder gedaan voor Peter's Agnes.
Even opruimen maar, dan kan ik met recht fris en fruitig aan de slag.
Een kwartier later.
Ik drink mijn koffie en stel het begin van de werkdag nog wat uit door maar eens naar buiten te staren. De hemel ziet eruit als de wolk melk die ik net door mijn koffie roerde. Met een pen trouwens, dat moet ik toch eens afleren.
Het wordt een mooie dag vandaag, zegt Rob Trip altijd op de radio. Zou hij gelijk krijgen?
Cultuur op de gsm
Tot nu toe werkt de nieuwe dienst alleen maar bij Vodafone-abonnees, maar het zal niet lang duren of anderen gaan ook dit soort diensten aanbieden. In het buitenland bestaat het al op socialight.net en in Nederland gaat vanaf december de dienst waarbenik.nl officieel van start. Hier kunnen mensen de telefoonnummers van hun partners, vrienden, familieleden of collega's invoeren en kijken waar ze uithangen. Je zou dus kunnen ontdekken dat je geliefde helemaal niet moest overwerken maar ergens in de omgeving van de Wallen rondwaart, of dat die goede vriendin helemaal niet een andere afspraak had maar gewoon thuiszit. Nou nou, wat een leuk idee. Het zal de wereld vast een trede hoger tillen.
Ook besproken in Radio-Online op radio 1. Luister terug of luister de hele uitzending.
's Neerlands enige weblogqueens waren er trouwens ook te gast.
26.10.04
Meubelboulevard
Het is vrijdagochtend als de medewerker van Trendhopper me belt dat mijn stoelen zijn gearriveerd. Begin juni had ik ze besteld en binnen zes weken zouden ze er zijn. Dat werden vier maanden, ik wist niets eens meer hoe ze er uitzagen.
Gelukkig als ik was - het waren eetkamerstoelen en die had ik nog niet sinds mijn verhuizing - besloot ik ze diezelfde middag af te halen. Echt verstandig is het natuurlijk niet om op vrijdagmiddag in de spits naar de Amsterdamse woonboulevard Villa Arena te rijden, maar ik had zoveel ergernis opgespaard over die vermaledijde zetels dat een uurtje ergernis meer daar ook nog wel bij kon.
Bij de Villa Arena ("80 winkels onder een dak, woonaangevend in Europa") aangekomen herinnerde ik me opeens de tip van de Trendhopper-medewerker over parkeren op het dak en dat ik dan zo mijn bestelling vanuit de lift zou kunnen inladen. In grote cirkels reed ik door zeker vier verdiepingen tellende parkeergarage en belandde uiteindelijk op een enorm dak met honderden gemarkeerde parkeervakken. De zon, die recht op de platte parkeervlakte stond, overviel me door de voorruit. Ik knipperde met mijn ogen: op het hele dak stond maar een auto.
In de Sahara is het drukker.
Eenmaal binnen in het woonwinkelparadijs begon mijn zoektocht naar de Trendhopper. Vanaf de bovenste balustrade tuurde ik de diepte in op zoek naar de juiste etalage, maar zonder succes. Via de roltrappen aan de zijkanten van het enorme gebouw cirkelde ik de weg die ik net naar boven had afgelegd, nu naar beneden en weer echode de associatie met de Sahara door mijn hoofd. Tachtig woonwinkels onder een dak en er was werkelijk geen mens te bekennen. Het enige teken van leven kwam uit de met RTL FM-achtige muziek voorgeprogrammeerde radiozenders die bij iedere winkel waren opgehangen. Dit was de Truman Show, het kon niet anders. Straks zouden opeens dertig camera's en schreeuwende verslaggevers achter een winkelruit opduiken en zou blijken dat ik gewoon vanaf het moment dat ik de parkeergarage inreed gevolgd was.
Ik kreeg kippenvel.
Maar er gebeurde niets en drie roltrappen lager doemde de Trendhopper als een fata morgana voor me op. Ik haastte me naar de balie van de uitgestorven winkel en spuugde de vraag die op mijn lippen brandde uit: "Hoe is het mogelijk dat ik zo lang moet wachten op vier eetkamerstoelen als er in die hele woonboulevard geen hond komt winkelen?"
De winkelbediende - een lange lijzige jongen met zwarte hanenkam - keek me vol verbazing aan: "Maar er komen hier wel mensen, mevrouw, kijkt u maar". De man wees naar een met haar rollator vergroeid omaatje dat met haar dochter (of misschien was het wel kleindochter) bij het Wedgwood stond.
Flauw glimlachte ik naar de hanenkam en concludeerde dat ik om eigen bestwil maar beter nederig op mijn eetkamerstoelen kon wachten.
Een kwartier later verdween ik in de lift naar het dak waar het inmiddels was gaan waaien en waar alleen nog maar mijn auto stond. Ik gooide de prefab stoelen achterin, scheurde een rondje over het schone asfalt, dook de garage weer in en cirkelde in grote kringen om de honderden steunpilaren naar beneden. De zon scheen in strakke stralen naar binnen over de verlaten parkeervakken en langs de cementen bomen die het gebouw overeind moesten houden. Ik cirkelde en cirkelde en even leek het alsof mijn leven als een kapotte grammofoonplaat was blijven hangen en dat ik nooit meer uit die parkeergarage zou komen.
Vanmorgen, terwijl ik op een van mijn nieuwe eetkamerstoelen de krant zat te lezen, viel mijn oog op de kop: 'Ooit was dit een uniek concept'.
Het was een verhaal over de oudste woonboulevard van Nederland in Beverwijk die zijn deuren moet sluiten. Want het gaat niet goed met de meubelboulevards in Nederland. En dat komt onder andere door de concurrentie met de Villa Arena.
Als Villa Arena concurreert met de noodlijdende woonboulevard in Beverwijk, hoe moet het er daar wel niet uitzien op vrijdagmiddag?
Ik wil het niet weten.
25.10.04
Weblogkoninginnen
Terwijl ik 22 maanden lang in een virtuele dip zat, logden de in Nederland wereldberoemde weblogsters Mar10e en Luna door alsof het een lieve lust was. Ruim een jaar geleden interviewde ik ze voor een reportage in Radio Online. Luna's weblog bestond toen twee jaar, Mar10e was al vier jaar bezig. Ik vroeg Luna naar haar reden om te loggen: "Eigengeilerij", flapte ze er - onder andere - uit. En ik vroeg Mar10e of stoppen ooit nog mogelijk was, waarop ze glashelder antwoordde: "Stoppen is voor mietjes."
Webloggen is verslavend, concludeerden ze allebei en dat blijkt maar weer, want komend weekend openen deze internetdiva's 'het nieuwe weblogseizoen' met een logmarathon van 24 uur. Een etmaal lang zijn ze al loggend online bereikbaar, in de chatbox, via skype en op de webcam. Ze gaan zelfs loggen op bestelling.
Speciaal voor de gelegenheid hebben ze een nieuwe site gemaakt: weblogqueens.nl.
Ik doe het ze niet na...
24.10.04
BOE!
Ik ben een dagje naar het platt'nland. Daar zijn zondagen soms voor.
23.10.04
televisie-smurrie
Vooral het derde nummer is zo mooi dat ik het terplekke grijs zou draaien...
along the way you grow on me / and it feels so great /it frees me /
you free me /along the way you grow on me / and it feels so great /
Maar ja, grijsdraaien gaat niet op een witte Ipod.
Het is trouwens zoveel beter dan wat er op televisie was vanavond: krijsende pubers in 'Popstars, The Rivals' en krijsende en re-'birthende' vrouwen in Patty's Fort.
Als je de jammerende rivalen uit Popstars in Patty's Fort zou zetten en de mekkerende vrouwen uit Patty's Fort naar Popstars zou halen, dan zou niemand er ook maar een seconde iets van merken. Het is allebei dezelfde inhoudsloze beeldsmurrie.
Nee, geef mij Novastar maar.
22.10.04
De Beleefbibliotheek
De laatste keer dat ik in een bibliotheek was is zeker zeven jaar geleden. Sinds ik internet is de noodzaak naar de bieb te gaan voor extra informatie verdwenen. En sinds ik niet meer van een armetierig studentenloontje hoef rond te komen, koop ik de boeken die ik wil lezen.
Maar vandaag ben ik er toch beland. Ik was met spoed op zoek naar een kopie van een tijdschriftenartikel, maar had geen idee hoe ik eraan moest komen.
"Dan ga je toch gewoon even naar de bieb", zei een goede vriend toen ik fietsend door de stad aan de telefoon vertelde over mijn zoektocht.
De bieb, natuurlijk. Wat stom van me.
Nu wilde het toeval net op dat moment over de Prinsengracht fietste, vlakbij de Openbare Bibliotheek, dus zette ik mijn fiets op slot, liep naar de grote draaideuren en ging naar binnen. Het was alsof die bekende draaideuren me als een tijdmachine naar tien jaar terug hadden gebracht, het was nauwelijks anders dan mijn herinnering. Er waren wel dingen vernieuwd en bijgekomen de afgelopen jaren, een lange rij computers bijvoorbeeld en een soort cafe in de krantenzaal, maar verder had alles nog steeds dezelfde uitstraling als toen.
Ook op de tijdschriftenverdieping, waar ik moest zijn. Achter de servicebalie zat een wat oudere man over een boekwerk gebogen. Ik liep naar hem toe over het dikke tapijt dat het weinige geluid dat er was verstomde. Om mij heen was zo stil dat ik fluisterde toen ik hem om het tijdschrift vroeg. Hij lachte vriendelijk en zei zacht: "Wacht u even hier? Dan haal ik het voor u ."
"Voor me halen? stamelde ik. Maar dat kan ik zelf ook wel!"
"Nee, daar zijn wij voor, antwoordde de meneer, ik werk niet voor niets aan de service balie."
Verbaasd bleef ik achter in de stille ruimte en keek naar de overige bezoekers: een jong meisje dat studeerde, een bejaard echtpaar dat dicht tegen elkaar aan gefascineerd boven tientallen reisboeken hing, een hooguit 18 jaar oude jongen die een dikke Nietsche verslond en een aantrekkelijke Spaans ogende man van mijn leeftijd die me tussen de boekenkasten door begluurde. Bij ieder nieuwe kastdeel greep hij de gelegenheid me beter te inspecteren. Ik kreek terug, lachte, schrok van ons oogcontact en griste ter afleiding het eerste het beste boek van een tafel: "Konijn" van Esther Verhoef. Terwijl ik de foto van een vrijend konijnenpaartje bekeek, voelde ik een dieprode kleur naar mijn wangen stijgen. Gelukkig, daar was de bibliothecaris met mijn tijdschrift.
Buiten denderden duizenden decibellen door de stad en hier was het een oase van rust, een plek waar iedereen elkaar leek te begrijpen en waar niemand haast had. Een toevluchtsoord. Dat was ik vergeten.
Na mijn bezoek aan de bieb las ik in de Volkskrant dat het niet best gaat met de Nederlandse bibliotheken.
De bibliotheek in Smallingerland denkt daar een oplossing voor te hebben: de 'beleefbibliotheek'. Het woord alleen al klinkt als iemand die paardenpoep moet eten maar toch moet zeggen dat het lekker is. Als een pretpark voor mensen met een hekel aan achtbanen. Maar toch wordt er positief op gereageerd. Nou ben ik ben geen bibliotheekganger meer, hoe graag ik dat ook zou willen, maar als ik het nog wel zou zijn, zou ik dat het liefst doen zoals vandaag: in rust en stilte, zonder toeters en bellen. Die zijn er al genoeg buiten de bieb.
21.10.04
Mijn borsten
Als klein meisje was ik groot fan van Dolly Parton. Ik vond haar fascinerend. Of liever gezegd: ik vond haar borsten fascinerend. De mierzoete countrysongs nam ik op de koop toe.
Zodra ik uit school kwam, trok ik de elpee uit de kast waar Dolly's Enorme Borsten op prijkten, legde de grammofoonplaat op de pick-up (heerlijk, die ouderwetse woorden) en begon aan de zoveelste huiselijke miniplaybackshow. Met een borstel als microfoon en twee sinaasappelen als... borsten.
Vol trots bewonderde ik de rondingen in mijn truitje terwijl Dolly haar liedjes zong. 'Jolene' en 'Here you come again' waren favoriet, ook al begreep ik niets van waar ze over gingen.
De inhoud van de muziek was niet belangrijk, het was die andere inhoud die telde.
Inmiddels ben ik drieentwintig jaar verder en uitgerust met twee, zoals mijn oma altijd zei, erwtjes op een plankje. De Dolly-borsten waar ik van droomde zijn me bespaard gebleven, maar diep van binnen verlang ik er nog wel eens naar om met zo'n enorm decollete voor de spiegel te staan en heup- en borstwiegend Dolly Parton te imiteren.
Tot het toeval me vorige week te grazen nam. Ik liep tegen 'The Best Of Dolly' aan in de Mediamarkt. Schaamtevol inspecteerde ik mijn omgeving, er stond niemand in dit schap, en dook toen met mijn neus in de platenbak. Weer was vrijwel het hele hoesje gevuld met haar ultraronde voorkant (op die oude elpee pasten ze toch beter).
Gedreven door een groot verlangen besloot ik de cd te kopen.
Alsof het om een vies pornoblaadje ging heb ik haar onder een politiek correcte cd van Novastar mee naar de kassa genomen en op de terugweg in de file uit volle borst(en) met haar meegezongen.
Eenmaal thuis kon ik het niet laten nog een keer in het geheim de truc met de sinaasappelen in praktijk te brengen.
Terwijl Dolly haar eerste zoete klanken inzette staarde ik hoopvol naar mijn spiegelbeeld.
Maar het effect bleef uit, ik voelde he-le-maal niets.
Help. Ik ben volgroeid.
20.10.04
Netiquette
Neem het volgende exemplaar, de hoofdvoorlichter van een grote en belangrijke Nederlandse instelling. Ik had me telefonisch voorgesteld als journalist van onder meer Radio 1 en om meer informatie gevraagd over een net uitgekomen onderzoek.
Hij zou het even op de mail zetten en dat deed hij ook, maar hij vergat daarbij de correspondentie die hij daarvoor met zijn collega's had gehad te deleten. In die berichtenwisseling die in mijn inbox belandde werd kort, maar krachtig uitgelegd hoe voorlichters van deze instelling met de media om dienen te gaan. Nou ja, met bepaalde media.
Ik citeer letterlijk:
"Lieden,
Ik heb ..... zelf even gesproken, omdat ik door twee vage media gebeld ben die haar willen interviewen. Ik wil haar vrijwaren van deze bagger en zij heeft wat informatie gestuurd waarmee we dit soort media kunnen zoethouden. Alleen gerenomeerde media kunnen we naar haar doorverwijzen."
Zou het een idee zijn om vacatures voortaan te voorzien van de volgende eis: 'sollicitant dient over voldoende netiquette te beschikken'.
Werkkamer vs huiskamer
Hoewel ik woon in een huis van meer dan honderd vierkante meter, werk ik in een kamertje van twee bij drie. Dagenlang bevind ik me in het kleinste deel van mijn huis, maar daar ben ik wel gelukkig. Daar is alles wat ik nodig heb: rust, een mooi uitzicht op het park en de straat, mijn belangrijkste boeken, papieren, foto's, muziek en vrijwel al mijn persoonlijke correspondentie en herinneringen. Alles letterlijk binnen handbereik. Het is prettig dat dat allemaal in zo'n kleine ruimte past, het geeft me het gevoel dat ik had toen ik nog boomhutten bouwde. Hoe kleiner en meer afgelegen de boomhut, des te groter het zalige gevoel van totale zelfbeschikking. Niemand kwam in mijn boomhut zoals niemand in mijn werkkamer komt.
Maar daar wil Microsoft nu verandering in gaan brengen.
Met de nieuwe Windows Media Center Edition 2005, een computer waar alles mee kan: internetten, mailen, televisie kijken, muziek luisteren, foto's kijken en films en andere programma's opnemen.
En die computer moet in de huiskamer komen te staan.
Ik heb er een paar dagen gebruik van gemaakt, maar het heeft me meer angst ingeboezemd dan geluk opgeleverd. Ik wil helemaal geen vaste computer in mijn huiskamer. Dat ding hoort in mijn heilige kamertje, daar mag niemand zomaar bij komen.
Bill Gates heeft vroeger zeker nooit een boomhut gehad...
Ook besproken in Radio Online
19.10.04
Ik ben een plaatje
En dat liet ik me geen twee keer vragen.
Ik ging meteen op zoek naar het antwoord en wat bleek:
Ik ben een plaatje.
Opeens kwam de lang vergeten herinnering aan mijn eerste grote verjaardagsfeestje boven.
Ik, tussen de knieen van mijn ooms en tantes, op zoek naar mijn moeder.
Ik hoor het al die grote mensen nog zeggen: "Wat een enig klein meisje, wat een .......!"
Sjaantje en Bush
Sinds een jaar vrolijken ze mijn huis op (en breken ze het ook regelmatig af). Sjon en Sjaan zijn het resultaat van een ongetwijfeld wilde vrijpartij tussen een onschuldig Noors bospoesje en een ruige rode tijger uit Tilburg. Hoewel ze me als thuiswerker regelmatig ergernis opleveren (mauwen aan de deur van de werkkamer, met vieze pootjes op het bureau springen), zou ik niet zonder ze kunnen.
Ik en Sjon en Sjaan leven in haat en liefde naast elkaar.
Een van hun hinderlijkste eigenschappen is dat ze het liefst tussen mijn hoofd en een krant slapen. En aangezien ze dat alleen maar kunnen als ik die krant lees, levert dat iedere ochtend weer een gevecht op.
Zo ook vanmorgen, toen Sjaan via een slinkse sluiproute in mijn blikveld belandde, zich overdreven bevallig op de opiniepagina neervlijde en me als een verleidster op haar rug met grote zwarte ogen aankeek.
"Aai me, aai me..."
Kalm dirigeerde ik haar - zoals iedere ochtend - naar de zijkant van de pagina zodat ik de politieke tekening van Jos Collignon kon bekijken waarop Bush met een honkbalknuppel voor Kerry stond die als catcher op zijn hurken zat met een grote honkbalhandschoen voor zijn neus. De honkbal zelf kwam in de vorm van een wereldbol snoeihard aansuizen: zou het een homerun worden voor Bush of een uitbal?
Wat er toen gebeurde was zo verbazingwekkend dat ik geen tijd had er verder over na te denken.
Nadat ik Sjaantje opzij had geschoven stond ze op, keek met die wonderschone grote ogen naar de tekening van Collignon en begon er wild met haar scherpe nagels op te slaan.
Niet een keer, nee, wel twee, drie, zelfs vier keer.
En overduidelijk op een specifiek deel van de tekening: het hoofd en de honkbalknuppel van Bush.
Toen ze uitgeslagen was aaide ik haar trots over haar zachte vacht en liet haar kronkelend en spinnend voor mijn ogen op de krant in slaap vallen.
Een politiek betrokken poes, dat is nog eens een huisdier om trots op te zijn.
18.10.04
Afgeluisterd
- "Je moet allemaal propjes tegen de muur schieten, maar dan komen al die schaduwen en die zijn het moeilijkst. Telkens als hij die slak is, kun je hem raken. En die wolkjes, die moet je ontwijken."
...stilte...
- "En nu heb je alleen nog maar wat zaadjes nodig."
- "Waarom?"
- "Daar kun je propjes mee schieten!"
...stilte...
- "Ik ga de hele tijd vlakbij die oogjes staan."
...stilte...
- "Ja! Nu, er naartoe! Hoppatee!"
- "Nee!"
...stilte...
- "Ja, nu ben je dood."
En zo eindigde het gesprek van twee dertigers met een Gameboy ...
En dan te bedenken dat er mensen zijn die kunnen leven van alleen maar het spelen van dit soort spelletjes. Een echte goeie gamer kan met toernooien met een beetje geluk een slordige 100.000 dollar per jaar binnenhalen.
Potversnikke.
Dat verdien ik niet met mijn interviews en reportages.
12.10.04
middelvinger of xmoment
Ik vraag Bambi naar de nieuwe cd van Joss Stone die ik met gemak zelf zou kunnen vinden, maar die ik vele malen liever door hem wil laten aanreiken.
Bambi's blik scheert langs de mijne: 'Natuurlijk, ik pak 'm even voor je.'
Daar sta ik dan en voel me een prinsesje wiens lakei een vers glaasje limonade haalt.
Bambi komt terug, legt de cd op de toonbank en tikt de prijs in, in de ouderwetse kassa.
Als ik mijn oranje omaknip open, begin ik nattigheid te voelen...
...in de vorm van rode druppels op mijn hand.
Bloed.
'Ik ben gewond,' stamel ik verbaasd.
Mijn vingers zitten onder het bloed en ik heb geen idee waar het vandaan komt.
'Nu wil je vast mijn geld niet aannemen.'
Bambi lacht: 'Je bloedgeld zul je bedoelen. Kom, laat me je helpen.'
Nog geen minuut later sta ik in de kleine keuken van de platenzaak. Bambi is veranderd in een zorgzame verpleger en heeft ongegeneerd mijn hand gepakt en onder de koude kraan geplaatst.
Ik kijk hoe mijn bloed zich vermengt met de waterstraal en oplost als waterverf op een penseel dat in een bakje water wordt gedoopt.
Dan kijk ik naar de cd-verkoper, de Bambi die zelfs als zorgzame verpleger nog mooi is. Prachtig zelfs. Ik zou een schilderijtje van hem willen maken dat ik naast mijn kapstok zou hangen en waar ik elke dag vertederd naar zou glimlachen.
'Hoe groot wil je de pleister?'
'Eh, ik....'
'Zo groot?'
'Ja.......doe maar.....'
Ik steek mijn verwonde middelvinger naar Bambi uit en kijk hoe hij met zijn lange dunne vingers de pleister eromheen plakt. Net niet te strak, net niet te los, precies goed.
Wie zou hem dat geleerd hebben? Zijn vriendin? Zijn moeder?
Voor ik het antwoord heb kunnen bedenken is Bambi weer verdwenen en sta ik alleen in de keuken van de platenwinkel. Een wit, plastic keukenblok met daarnaast een scheef houten tafeltje waar wat mokken met opgedroogde bodempjes koffie op staan en wat lege cd-hoesjes op slingeren.
Hier luncht hij dus.
Met de nieuwe pleister over mijn bebloede vinger loop ik terug naar de kassa om de cd af te rekenen. Bambi staat op me te wachten, maar ik durf hem niet meer aan te kijken.
Hij mij ook niet.
Daar staan we dan: pinpas - pinbon - tasje? - nee het gaat zo wel - ok, nou eh....
'Volgende keer beter oppassen hoor,' zegt Bambi.
'Ik kan nu in ieder geval heel stoer mijn middelvinger opsteken', zeg ik, terwijl ik mijn bepleisterde vinger voor zijn ogen de lucht insteek.
Hij lacht.
Ik lach.
En ik ga.
Dat was Bambi.
Had ik nog maar een cd nodig...
Had ik nog maar een geschaafde vinger.....

